{"id":9345,"date":"2021-10-04T07:18:37","date_gmt":"2021-10-04T05:18:37","guid":{"rendered":"https:\/\/droitbancaire.be\/?p=9345"},"modified":"2026-07-15T10:38:48","modified_gmt":"2026-07-15T08:38:48","slug":"nalatigheidsinterest-bank-overdreven","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/droitbancaire.be\/nl\/nalatigheidsinterest-bank-overdreven\/","title":{"rendered":"Is de door de bank gevorderde nalatigheidsinterest overdreven?"},"content":{"rendered":"<h2>Een rentevoet van 15,40% per jaar?<\/h2>\n<p>In het kader van onze analyse van de Belgische bancaire rechtspraak van 2019 namen wij kennis van talrijke beslissingen over de toepassing van een hoge nalatigheidsinterest, in een context van doorgaans lage marktrente. De vraag naar de door een bank toegepaste rentevoet wordt al decennialang besproken.<\/p>\n<p>In een zaak voor het hof van beroep te Luik bekrachtigde het hof de door de bank op haar kaskrediet toegepaste rentevoet, verhoogd met 6%, hetzij een rentevoet van 15,40% per jaar. Volgens het hof gaat het niet om een woekerrente en stemt de rentevoet overeen met de bancaire praktijk.<\/p>\n<p>Het hof wees op een aanzienlijk verschil tussen twee situaties. Enerzijds de gekrediteerde die zijn verplichting tot maandelijkse terugbetaling van in de tijd gespreide vervaldagen nauwgezet naleeft. Anderzijds de cli\u00ebnt die, van de ene dag op de andere, na een opzegging en de daaruit voortvloeiende opeisbaarheid van de terug te betalen bedragen, een aanzienlijke geldsom verschuldigd is, zonder enige betalingswaarborg. De verhoging met 6% per jaar, als strafbeding, is niet overdreven.<\/p>\n<p>Evenmin is, volgens het hof, de cumulatie van dat strafbeding met de moratoire interesten overdreven, aangezien beide onderscheiden schadeposten dekken. De moratoire interesten vergoeden het nadeel uit de immobilisatie van het kapitaal. Het strafbeding herstelt het nadeel uit de niet-nakoming van de verbintenis: het risico op verlies van het kapitaal, de invorderingskosten, enzovoort [1].<\/p>\n<h2>En een rentevoet van 16,60% per jaar?<\/h2>\n<p>Het voorgaande standpunt werd bevestigd door het hof van beroep te Brussel [2], zij het met een licht verschillende motivering. Het hof herinnerde eerst aan artikel 806 van het Gerechtelijk Wetboek: bij een verstekvonnis mag de rechter slechts ambtshalve rechtsregels toepassen die de eisende partij niet heeft ingeroepen wanneer de vordering of het middel strijdig is met de openbare orde. Vervolgens verwees het naar artikel 1153 van het Burgerlijk Wetboek, dat volgens het hof precies van openbare orde is en dus ambtshalve moet worden opgeworpen.<\/p>\n<p>Het hof stelde vast dat de bank, appellante en eiseres in eerste aanleg, in haar aangifte van schuldvordering in het faillissement van de hoofdschuldenaar een rentevoet van 15,40% per jaar had toegepast. Aangezien de bepalingen tussen de borg en de bank stipuleerden dat het door de borg verschuldigde bedrag interest en commissie zou opbrengen tegen dezelfde rentevoeten en voorwaarden als die welke de hoofdschuldenaar conventioneel aan de bank verschuldigd is, hervormde het hof het bestreden vonnis en bevestigde het de gegrondheid van de door de bank toegepaste rentevoet van 15,40%.<\/p>\n<p>Hetzelfde rechtscollege [3] bekrachtigde eveneens een rentevoet van 16,60% per jaar.<\/p>\n<p>Na eraan te hebben herinnerd dat de hoofdschuldenaar, intussen failliet verklaard, was toegetreden tot het Algemeen Reglement der Verrichtingen van de bank, en dat de borgen zich hadden verbonden tot terugbetaling van alle door de gekrediteerde uit hoofde van de kredietopening verschuldigde bedragen, bevestigde het hof dat die contractuele bepalingen de partijen tot wet strekken. Het is dan ook, in de woorden van het hof, zonder gevolg om zich vragen te stellen bij de realiteit en de oorsprong van die rentevoet om hem vervolgens te betwisten.<\/p>\n<p>Inzake hypothecair krediet, zie ons eerder artikel over de berekening van de rentevoeten bij achterstand of opzegging van de kredietovereenkomst.<\/p>\n<hr\/>\n<p>[1] Zie een uitvoerige uiteenzetting bij C. Biquet-Mathieu, &#8220;Cr\u00e9dit hypoth\u00e9caire et cr\u00e9dit d&#8217;investissement, indemnit\u00e9s, frais et p\u00e9nalit\u00e9s&#8221;, in Le cr\u00e9dit hypoth\u00e9caire, Actualit\u00e9s et r\u00e9ponses pour la pratique, Anthemis, Limal, 2015.<\/p>\n<p>[2] Brussel, 18 januari 2019, onuitg., A.R. 2018\/AR\/1814.<\/p>\n<p>[3] Brussel, 29 maart 2019, onuitg., A.R. 2017\/AR\/884.<\/p>\n<p><em>Dit artikel is een vertaling. Enkel de Franse versie is authentiek. Het wordt louter ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies.<\/em><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Een rentevoet van 15,40% per jaar? In het kader van onze analyse van de Belgische bancaire rechtspraak van 2019 namen wij kennis van talrijke beslissingen over de toepassing van een hoge nalatigheidsinterest, in een context van doorgaans lage marktrente. De vraag naar de door een bank toegepaste rentevoet wordt al decennialang besproken. In een zaak&#8230; <a class=\"more-link\" href=\"https:\/\/droitbancaire.be\/nl\/nalatigheidsinterest-bank-overdreven\/#more-9345\">Lees verder &rarr;<\/a><\/p>\n","protected":false},"author":185562167,"featured_media":7529,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"_coblocks_attr":"","_coblocks_dimensions":"","_coblocks_responsive_height":"","_coblocks_accordion_ie_support":"","advanced_seo_description":"Belgische hoven bekrachtigden nalatigheidsinteresten van 15,40% en zelfs 16,60% per jaar. Wanneer is de rentevoet van de bank overdreven?","jetpack_seo_html_title":"Is de nalatigheidsinterest van de bank overdreven?","jetpack_seo_noindex":false,"jetpack_seo_schema_type":"","_jetpack_newsletter_access":"","_jetpack_dont_email_post_to_subs":true,"_jetpack_newsletter_tier_id":0,"_jetpack_memberships_contains_paywalled_content":false,"_wpcom_ai_launchpad_first_post":false,"_jetpack_feature_clip_id":0,"_jetpack_memberships_contains_paid_content":false,"footnotes":"","jetpack_post_was_ever_published":false},"categories":[11430886],"tags":[],"class_list":["post-9345","post","type-post","status-publish","format-standard","has-post-thumbnail","hentry","category-ongecategoriseerd","clear","fallback-thumbnail"],"jetpack_featured_media_url":"https:\/\/i0.wp.com\/droitbancaire.be\/wp-content\/uploads\/2021\/09\/egg-583163_1920.jpg?fit=1920%2C1597&ssl=1","jetpack_likes_enabled":true,"jetpack_sharing_enabled":true,"jetpack_shortlink":"https:\/\/wp.me\/pbYDZD-2qJ","jetpack-related-posts":[],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/droitbancaire.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/9345","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/droitbancaire.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/droitbancaire.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/droitbancaire.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/users\/185562167"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/droitbancaire.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=9345"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/droitbancaire.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/9345\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":9346,"href":"https:\/\/droitbancaire.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/9345\/revisions\/9346"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/droitbancaire.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/media\/7529"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/droitbancaire.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=9345"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/droitbancaire.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=9345"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/droitbancaire.be\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=9345"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}