This post is also available in:
Inleiding
Heel wat bedrijven ontwerpen en voeren alternatieve verloningssystemen in om medewerkers aan te trekken en te behouden. Een bekend voorbeeld is het “SOP” of Stock-Option Plan, waarbij werknemers opties krijgen die hen toelaten om aandelen van de onderneming te verwerven aan een vooraf bepaalde prijs. Meestal vervalt dat recht wanneer de werknemer het bedrijf verlaat.
De fiscaliteit van stock-opties
In België verplicht de fiscale wetgeving werknemers om onmiddellijk een bedrijfsvoorheffing (8,5% of 17%, afhankelijk van het geval) te betalen op de uitoefenprijs van de onderliggende aandelen. Om deze belasting te betalen, moet de werknemer eigen middelen aanspreken, een lening aangaan of gebruik maken van meer creatieve oplossingen die door sommige financiële instellingen worden aangeboden. Eén zo’n oplossing is het zogenaamde “HESOP”-contract (Hedged Stock-Option Plan), dat al onderwerp is geweest van juridische discussies.
Wat is een HESOP-contract?
Het HESOP-contract staat volledig los van de relatie tussen werkgever en werknemer en wordt afgesloten tussen de werknemer en een bank. In dat contract geeft de werknemer een aantal opties uit die vergelijkbaar zijn met diegene die hij van zijn werkgever heeft gekregen, en verkoopt deze aan de bank. In ruil betaalt de bank aan de werknemer een bedrag dat overeenkomt met de verschuldigde bedrijfsvoorheffing.
Als begunstigde van deze “spiegelopties” heeft de bank tot een bepaalde datum het recht om deze opties uit te oefenen en van de werknemer te eisen dat hij ofwel de onderliggende aandelen levert, ofwel het equivalent in cash. Om aan die verplichting te kunnen voldoen, moet de werknemer voldoende aandelen of liquide middelen in zijn portefeuille houden. Zoniet zal hij de opties die hij van zijn werkgever kreeg, moeten uitoefenen.
Wat gebeurt er wanneer een werknemer het bedrijf verlaat dat de stock-opties heeft uitgegeven?
Er ontstaan problemen wanneer een werknemer het bedrijf verlaat zonder de bank daarvan op de hoogte te brengen, en zonder een contractuele bepaling in te roepen die hem toelaat het HESOP-contract “terug te kopen”. In zo’n geval zal de bank bij afloop van het contract haar rechten uitoefenen en de opties innen. Als de aandelenkoers hoog staat, kunnen de bedragen die de werknemer verschuldigd is aanzienlijk zijn. De zorgvuldigheid van de (ex-)werknemer ten aanzien van de bank is dus essentieel.
Twee belangrijke gerechtelijke uitspraken
In twee zaken werd de rechtbank van eerste aanleg te Brussel geconfronteerd met een vordering van de bank tot betaling van aanzienlijke bedragen onder het HESOP-contract. De bank had haar opties uitgeoefend, terwijl de cliënten – die het bedrijf hadden verlaten zonder de bank op de hoogte te brengen en hun oorspronkelijke opties niet meer konden uitoefenen – zich beriepen op de onderlinge samenhang tussen het arbeidscontract, het stock-optieplan en het HESOP-contract. Zij beweerden dat het HESOP-contract nietig was wegens hun vertrek bij het bedrijf.
De rechtbank bevestigde echter dat het arbeidscontract (inclusief het stock-optieplan) en het HESOP-contract afzonderlijke overeenkomsten zijn: ze hebben verschillende partijen, behandelen gelijkaardige maar afzonderlijke onderwerpen, en dienen een ander doel. Het HESOP-contract beoogt de cliënt toe te laten de verschuldigde bedrijfsvoorheffing op de ontvangen opties te betalen zonder eigen middelen aan te spreken of een lening aan te gaan.
Toch oordeelde de rechtbank dat de vordering van de bank misbruik uitmaakte, en wees ze deze af.
Deze uitspraken werden vernietigd in hoger beroep1. Het hof van beroep te Brussel bevestigde de onafhankelijkheid van de HESOP-contracten. Gezien hun facultatief karakter en de mogelijkheid voor cliënten om hun HESOP-contracten tijdig “terug te kopen”, konden de cliënten zich niet beroepen op rechtsmisbruik. Bovendien benadrukte het hof dat de cliënten nagelaten hadden de bank op de hoogte te brengen van hun vertrek, ondanks hun contractuele verplichting daartoe. Deze uitspraken kunnen worden vergeleken met arresten inzake Swap-contracten, die hieronder worden besproken.
[1] Brussel, 12 oktober 2021 (2 arresten), niet gepubliceerd, 2017/AR/718 en 2017/AR/719
Geef een reactie