This post is also available in:
Het Gerecht van de Europese Unie heeft in de zaken T-89/23 en T-88/23 de besluiten van de Raad nietig verklaard die beperkende maatregelen oplegden in het kader van het vredesproces in de Democratische Republiek Congo (DRC). De nietigverklaring is het gevolg van een gebrek aan een actuele evaluatie van de situatie van de verzoekers en het ontbreken van voldoende gemotiveerde redenen.
Artikel gepubliceerd door ons advocatenkantoor DALDEWOLF
📜 De betrokken zaken:
De heer Kande, voormalig gouverneur van Kasai-Centraal, en de heer Boshab, voormalig vicepremier en minister van Binnenlandse Zaken en Veiligheid tussen 2014 en 2016, stonden sinds 2017 herhaaldelijk op de omstreden lijsten. Het huidige beroep had tot doel de zesde en zevende verlenging van die inschrijving aan te vechten, waarbij de opgegeven redenen ongewijzigd bleven:
- T-88/23: Als gouverneur van Kasai-Centraal tot oktober 2017 zou de verzoeker verantwoordelijk zijn geweest voor buitensporig geweld en brutale repressie in de regio sinds augustus 2016;
- T-89/23: De verzoeker bekleedde de functies van vicepremier en minister van Binnenlandse Zaken en Veiligheid en zou betrokken geweest zijn bij de arrestatie van activisten en politieke tegenstanders, evenals bij het gebruik van geweld tegen burgers tijdens protesten in 2016. Hij zou ook hebben bijgedragen aan het aanwakkeren en instrumentalieren van de crisis in de regio Kasai, waar hij sinds maart 2019 invloed bleef uitoefenen als senator.
🔎 Voorafgaande opmerkingen:
Bij de periodieke herziening van beperkende maatregelen mag de Raad zich baseren op dezelfde bewijselementen als bij de initiële plaatsing of eerdere verlengingen, zolang de motieven onveranderd blijven en de context zich niet zodanig gewijzigd heeft dat die elementen achterhaald zijn.
Volgens het Gerecht is het cruciaal om na te gaan of, op basis van nieuwe elementen en rekening houdend met de algemene en specifieke situatie in de regio Kasai, de Raad de opname van de verzoekers op de lijsten kon blijven rechtvaardigen met dezelfde motieven bij de herzieningen in 2022 en 2023.
💡 Fout in de beoordeling:
Het Gerecht oordeelde dat de Raad in beide zaken een beoordelingsfout maakte door geen actuele evaluatie van de situatie van de verzoekers te maken en geen gegronde reden aan te tonen voor het behoud van de beperkende maatregelen, gelet op het feit dat zij hun politieke functies al geruime tijd niet meer uitoefenden en er geen bewijs was van een blijvende betrokkenheid bij ernstige mensenrechtenschendingen in de DRC.
- T-88/23: De politieke context in de DRC en de activiteiten van de verzoeker zijn geëvolueerd, waardoor de bewijselementen over zijn banden met het vroegere regime en de toenmalige president achterhaald zijn. De verwijzingen naar een negatieve invloed op de veiligheidssituatie in de regio, en met name in Kasai, volstaan niet om aan te tonen dat de verzoeker nog steeds een rol speelt in de escalatie van de crisis daar.
- T-89/23: Ook hier is het politieke landschap en de functie van de verzoeker veranderd. Hij bekleedde de betwiste functies al vier à vijf jaar niet meer op het moment van de verlengingen, en was op dat ogenblik senator in de regio Kasai. Alle bewijselementen over zijn vermeende banden met het vorige regime zijn daardoor verouderd. De nieuwe elementen rond zijn betrokkenheid bij de crisis in Kasai volstaan niet om aan te tonen dat hij zijn mandaat heeft overschreden of een destabiliserende invloed uitoefende.
🚨 Vaststellingen:
Uit verschillende recente arresten over beperkende maatregelen blijkt dat de Raad tekortschiet in het actualiseren van zijn beslissingen tot behoud van sancties, en dat de kwaliteit van het bewijsmateriaal vaak onvoldoende is. Hoewel het Gerecht terecht haar controlerende rol speelt door die besluiten te vernietigen, blijft het zo dat het routinematig hernieuwen van zulke maatregelen, zonder diepgaande analyse, de fundamentele rechten van de betrokken personen schendt—met name hun recht op vrij verkeer en op het ongestoord gebruik van hun eigendom.
Geef een reactie