This post is also available in:
Een van de auteurs van deze blog koos negen vragen om de hervorming van het hypothecair krediet van 2016 in België te analyseren. Bij de publicatie, begin 2016, van het verslag van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren over het jaar 2015 blijkt, zonder grote verbazing, dat het hypothecair krediet, met 25,8%, de tweede meest gebruikte kredietvorm door particulieren blijft, waarbij de kredietopeningen de eerste zijn (56,7%). Deze ene statistiek toont afdoende het belang van dit type krediet aan, met name op sociaal vlak.
Inleiding: de nieuwe regelgeving van het hypothecair krediet in België
Op reglementair vlak, al kende de wet van 4 december 1992 een relatieve stabiliteit, hebben deze laatste twee jaar een belangrijke herschikking van de materie teweeggebracht. Naast de integratie, via de wet van 19 april 2014, van het merendeel van de bepalingen van die wet in het Wetboek van economisch recht, en meer bepaald in zijn Boek VII, getiteld Betalings- en kredietdiensten, is het vooral de aanname van Richtlijn 2014/17/EU van 4 februari 2014 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten met betrekking tot voor bewoning bestemde onroerende goederen die een hervorming van de materie heeft teweeggebracht. Als vrucht van een decennium Europese werkzaamheden beoogt zij een reglementair kader uit te werken betreffende de woonkredietovereenkomsten en bepaalde aspecten van de controle- en prudentiële regels voor de kredietgevers en kredietbemiddelaars. Al is haar voornaamste doelstelling het verantwoord krediet te bevorderen, zij voorziet in dwingende regels inzake informatie van de consument en transparantie ten aanzien van deze laatste. In werkelijkheid strekt zij ertoe de consumenten een beschermingsniveau te verzekeren dat vergelijkbaar is met dat wat thans inzake consumentenkrediet bestaat. Deze richtlijn van minimale harmonisatie (behoudens op enkele precieze punten) moest tegen 21 maart 2016 in Belgisch recht worden omgezet. Al had de voormelde wet van 19 april 2014, zoals uitgevoerd door het koninklijk besluit van 29 oktober 2015, de controle- en prudentiële regels reeds omgezet, de reglementaire bepalingen ontbraken nog. Dat is precies de door de Belgische wetgever nagestreefde doelstelling bij de aanname van de wet van 22 april 2016 houdende wijziging en invoeging van bepalingen inzake consumentenkrediet en hypothecair krediet in verschillende boeken van het Wetboek van economisch recht (hierna de wet van 22 april 2016), die in werking treedt op 1 december 2016. Het hier verrichte onderzoek streeft geen volledigheid na, maar beoogt een portret te schetsen van Boek VII van het Wetboek van economisch recht zoals het vanaf 1 december 2016 van kracht zal zijn wat het nieuwe hypothecair krediet betreft, aan de hand van negen vragen: het toepassingsgebied ratione personae; het toepassingsgebied ratione materiae; de precontractuele fase; de wijze waarop de kredietovereenkomst wordt gesloten; de bijkomende overeenkomsten en diensten; de uitvoering van de kredietovereenkomst; de beëindiging; de zekerheden; en de sancties voor tekortkomingen.
Besluit
Naast de interesse die wij voor deze vragen koesteren, vormt deze nieuwe wet naar ons oordeel geen revolutie. Zij codificeert enerzijds talrijke verplichtingen die op de kredietgevers en de bemiddelaars rusten en die de rechtsleer, de rechtspraak en de Europese vrijwillige gedragscode inzake precontractuele informatie betreffende woonkredieten reeds hadden ontwikkeld, met inbegrip van de kwestie van de precontractuele overhandiging van een gestandaardiseerd informatieblad. Anderzijds stemt de wet talrijke bepalingen af op die welke op het consumentenkrediet van toepassing zijn. Een parlementaire vraag die men in de voorbereidende werkzaamheden terugvindt, weerspiegelt trouwens deze perceptie. De bescherming van de consument wordt weliswaar versterkt en deze laatste zou over performantere vergelijkingsinstrumenten moeten beschikken in zijn zoektocht naar de meest voordelige financiering.
Wij kunnen evenwel enkel betreuren dat deze verhoogde bescherming van de consument nogmaals gebeurt via de vermenigvuldiging van documenten, wat naar ons oordeel dreigt de consument nog meer te ontmoedigen om kennis te nemen van het geheel van de hem overhandigde documenten. In werkelijkheid zijn het niet zozeer de aan de consument overhandigde documenten die zijn bescherming zullen vergroten, maar veeleer de controleautoriteiten, in de uitoefening van hun opdrachten. Op technisch-praktisch vlak vergde Richtlijn 2014/17 een decennium werkzaamheden om te komen tot een normatieve tekst die de lidstaten van de Europese Unie nog enkele vrijheden laat. De duur van de uitwerking van de richtlijn onthult een zekere paradox nu de omzetting ervan door de lidstaten binnen 24 maanden effectief moest zijn, een termijn die België niet heeft kunnen naleven. De paradox verandert in een vreemd gevoel wanneer men vaststelt dat de Belgische wetgever de opgelopen vertraging voor deze omzetting rechtvaardigt door de techniciteit en de omvang van dit wetsontwerp, maar aan de in het hypothecair krediet actieve ondernemingen slechts een termijn van amper 8 maanden heeft willen laten om de wet van 22 april 2016 te implementeren. Bepaalde koninklijke uitvoeringsbesluiten van de wet waren nog niet gepubliceerd. De methode lijkt te getuigen hetzij van een onvoldoende kennis van de sector, hetzij van een gebrek aan inaanmerkingneming van de bekommernissen ervan.
Niet alle in het hypothecair krediet actieve ondernemingen hebben noodzakelijkerwijs de wetgevende ontwikkelingen ter zake gevolgd. Sommige werden trouwens nooit geconfronteerd met bepaalde begrippen zoals het JKP. Voor alle professionals moeten informaticasystemen worden gewijzigd, procedures worden aangepast, de wettelijke bepalingen worden geassimileerd en het personeel tijdig worden opgeleid. De op 1 december 2016 vastgestelde inwerkingtreding van de wet zal niet alle in het hypothecair krediet actieve professionals toelaten optimale voorwaarden te genieten om de vereisten van de wetgever na te leven, zelfs zij die over belangrijke juridische en menselijke middelen beschikken. Wij begrijpen deze haast van de wetgever moeilijk, terwijl de door de Europese wetgever vastgestelde misbruiken die de aanname van een richtlijn over het hypothecair krediet hebben gerechtvaardigd, vooral andere lidstaten dan België betreffen. Naar ons oordeel is het imperatief dat de datum van inwerkingtreding van de nieuwe wet wordt uitgesteld, minstens tot juni 2017. Meer algemeen komen, voor de grootste financiële instellingen, de technische en juridische vereisten verbonden aan de wet van 22 april 2016 midden in een sinds meer dan vijftien jaar ononderbroken reglementaire inflatie: na een bankcrisis en een crisis van de overheidsschulden hebben de financiële instellingen met name, soms meermaals voor eenzelfde onderwerp, het hoofd moeten bieden aan MiFID 1 en 2, Twin Peaks, het Wetboek van economisch recht, de verzekeringswet, de regelgeving verbonden aan de distributie van financiële instrumenten, Solvency 1 en 2, AIFM, UCITS 1 tot 5, EMIR, de interchangevergoedingen, PRIIPS, CRD 1 tot 4, CRR en de nieuwe bankwet, de regelgeving van de financiële planning, Europese gedelegeerde handelingen, enz. Misschien zou het aangewezen zijn de professionals van de bank- en financiële sector toe te laten op adem te komen en de inflatie van hervormingen te assimileren die, al zijn zij grotendeels legitiem en wenselijk, de neiging hebben de individuen die aan de implementatie ervan deelnemen te vermoeien. Om de heer H. de Vauplane te citeren: een goede regulering is ook een regulering die tijden van hervorming en tijden van pauze weet af te wisselen; sinds de overgang naar de eenheidsmunt hebben de financiële markten in Europa bijna twintig jaar ononderbroken hervormingen gekend, en het is voortaan dringend een pauze in te lassen inzake financiële regulering en de financiële actoren de tijd te laten de duizenden bladzijden richtlijnen, verordeningen en andere sinds een tiental jaren gepubliceerde teksten te assimileren.
Dit artikel werd gepubliceerd in een door Larcier uitgegeven collectief werk.
Dit artikel is een vertaling. Enkel de Franse versie is authentiek. Het wordt louter ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies.