De kosteloze borgtocht: een feitelijk begrip

This post is also available in: Français (Frans) English (Engels)

De borgtocht, en in het bijzonder de kosteloze borgtocht

Een borgtocht is de verbintenis van een persoon (de borg) om de schulden van een ander (de schuldenaar) te waarborgen ten gunste van een schuldeiser. Komt de schuldenaar zijn verplichtingen niet na, dan kan de schuldeiser, die een bank kan zijn, de borg aanspreken om te betalen wat de schuldenaar in gebreke blijft te betalen. Een borgtocht kan soms kosteloos worden aangegaan. Artikel 2043bis van het (oud) Burgerlijk Wetboek omschrijft die als de handeling waarbij een natuurlijke persoon kosteloos een hoofdschuld waarborgt ten gunste van een schuldeiser; het kosteloze karakter slaat op de afwezigheid van enig economisch voordeel, rechtstreeks of onrechtstreeks, dat de borg uit de borgtocht kan halen.

Het economische belang voor een borg om als kosteloos te worden erkend, ligt in de mogelijkheid om, onder de wettelijke voorwaarden, een volledige bevrijding van zijn persoonlijke verplichtingen tegenover de schuldeiser te verkrijgen bij het faillissement van de hoofdschuldenaar, krachtens artikel XX.176 van het Wetboek van economisch recht. Dat artikel laat een natuurlijke persoon die zich kosteloos persoonlijk zekerheid heeft gesteld toe een verzoek in te dienen bij de insolventierechtbank om geheel of gedeeltelijk te worden bevrijd indien zijn verbintenis bij de opening van de procedure kennelijk onevenredig is aan zijn terugbetalingscapaciteit, te beoordelen aan de hand van zowel zijn goederen als zijn inkomsten. Het volstaat niet dat het kosteloze karakter wordt aangetoond; de verbintenis van de borg moet ook kennelijk onevenredig zijn aan zijn terugbetalingscapaciteit.

Recente Belgische rechtspraak over de kosteloze borgtocht

Hoewel de evenredigheid feitelijk wordt beoordeeld, heeft het hof van beroep te Brussel vaak de gelegenheid de contouren van het kosteloze karakter in herinnering te brengen.

Een gevallige borgtocht door twee bestuurders van een vennootschap. Een broer en zus hadden zich borg gesteld voor een krediet aan de vennootschap waarvan hun vader de enige aandeelhouder was, maar hadden ook een bestuurdersmandaat aanvaard. Zij stelden uit gevalligheid voor hun vader te zijn aangesteld en nooit enige vergoeding of voordeel te hebben genoten. Die elementen zijn evenwel niet ter zake. Het kosteloze karakter bestaat erin dat de borg geen enkel economisch voordeel, rechtstreeks of onrechtstreeks, uit de zekerheid haalt. Het volstaat niet vast te stellen dat geen concrete tegenprestatie werd bedongen: de rechter moet nagaan of de borg, in concreto, rechtstreeks of onrechtstreeks een economisch voordeel haalde, beoogde te halen of kon halen uit de gewaarborgde schuldvordering. Dit wordt beoordeeld op het ogenblik dat de zekerheid wordt gesteld, en niet achteraf naargelang de doelstellingen al dan niet zijn verwezenlijkt; een louter potentieel voordeel dat op dat ogenblik kon worden verkregen, volstaat.

De stroman-zaakvoerder die een borgtocht ondertekent. In een ander arrest oordeelde het hof dat die beginselen niet beletten dat de rechter in elk concreet geval het eventueel kosteloze karakter onderzoekt. Een zaakvoerder van een vennootschap had zich borg gesteld voor de verbintenissen van die vennootschap, maar legde uit dat zijn mandaat enkel op papier bestond, nu hij slechts een stroman was, wat in een ander arrest werd bevestigd. Het hof oordeelde dat de borg, op het ogenblik van zijn verbintenis, geen rechtstreeks of onrechtstreeks economisch voordeel beoogde, en benadrukte dat hij geen vennoot, geen werknemer en niet vergoed was voor zijn mandaat, en in concreto geen bijzonder belang had bij de kredietverlening door de bank. Bij gebrek aan concreet bewijs van de bank van een niet-kosteloze borgtocht, verleende het een gedeeltelijke bevrijding.

De borgtocht van de echtgenoot van een vennootschapsleider. Hetzelfde hof oordeelde, over een persoon die zich borg had gesteld voor de verbintenissen van de vennootschap van haar echtgenoot, dat, nu het gewaarborgde krediet die vennootschap ten goede moest komen, het voordeel van haar activiteit geacht werd het hele gezin ten goede te komen, met inbegrip van de borg, ook al stond zij buiten de vennootschap. De borgtocht kon dan ook niet als kosteloos worden beschouwd.

Dit artikel is een vertaling. Enkel de Franse versie is authentiek. Het wordt louter ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies.

Geef een reactie

Omhoog ↑

Ontdek meer van Banking and Finance law in Belgium

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder