Mag een verzekeringsmakelaar over een belegging adviseren?

This post is also available in: Français (Frans) English (Engels)

De rechtbank van eerste aanleg te Brussel bezorgde het parket het dossier van een verzekeringsmakelaar die in de bijstand aan zijn cliënt te ver was gegaan door hem actief over financiële producten te adviseren. Het uitoefenen van beleggingsadvies of vermogensbeheer zonder de passende vergunning is strafbaar.

De noodzaak van een voorafgaande vergunning voor beleggingsadvies

Krachtens de wet betreffende de toegang tot het bedrijf van beleggingsdiensten en het statuut van en het toezicht op vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, moeten ondernemingen waarvan de gewone activiteit bestaat in het beroepsmatig verstrekken of aanbieden van beleggingsdiensten aan derden, of het uitoefenen van beleggingsactiviteiten, vooraf een vergunning verkrijgen als beursvennootschap of als vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies. Wat met verzekeringstussenpersonen die over een vergunning voor de distributie van verzekeringsproducten beschikken, maar niet om over financiële instrumenten te adviseren?

Beleggingsadvies als nevenactiviteit van de verzekeringsmakelaar?

Kan een makelaar een beleggingsdienst op nevenbasis verstrekken, en zo aan de vergunningsplicht ontkomen? Overweging 30 van MiFID sluit personen uit die enkel op nevenbasis beleggingsdiensten verstrekken in een gereglementeerde beroepsactiviteit, mits de relevante regelgeving nevenbeleggingsdiensten niet uitsluit. De Gedelegeerde Verordening 2017/565 stelt voorwaarden: een nauwe en feitelijke band tussen de beroepsactiviteit en de beleggingsdienst aan dezelfde cliënt; de beleggingsdienst mag geen systematische inkomstenbron vormen; en de persoon mag zijn vermogen om beleggingsdiensten te verstrekken niet commercialiseren of promoten, tenzij als nevenactiviteit van de hoofdactiviteit.

Een Brusselse beslissing: een makelaar die te ver ging

Een belegger had contact opgenomen met een vennootschap met vergunning als verzekeringstussenpersoon. In 2010 ondertekende hij, als verzekeringnemer, twee documenten inzake tak 23-levensverzekeringen uitgegeven door een Luxemburgse maatschappij, met de zaakvoerder van de makelaar als tussenpersoon. Daarnaast ondertekenden de belegger en de makelaar een mandaat dat de zaakvoerder machtigde de belegger bij de verzekeraar te vertegenwoordigen om in zijn naam alle informatieaanvragen, alle arbitrageverrichtingen, alle bijkomende stortingen en alle terugkopen voor een onbepaald bedrag uit te voeren. Over 18 maanden voerde de makelaar 28 arbitrageverrichtingen uit (92 aan- en verkoopverrichtingen op de effecten van het fonds), waarvan meerdere door de belegger ondertekend. De belegging bleek onsuccesvol, en de ontevreden verzekerde kocht zijn contract in 2018 terug en vorderde vergoeding, met het argument dat de makelaar een discretionair vermogensbeheersmandaat had gekregen in strijd met de wet van 6 april 1995 (van kracht op dat ogenblik), zonder de vereiste vergunning. De makelaar beriep zich op twee uitzonderingen: de beleggingsdienst op nevenbasis, en het niet-specifiek vergoede beleggingsadvies.

De rechtbank oordeelde dat het contract wel degelijk vermogensbeheer was zoals wettelijk omschreven, nu de belegger de makelaar had gemandateerd om in zijn naam arbitrageverrichtingen op het tak 23-contract uit te voeren. Dit overschreed kennelijk het loutere beleggingsadvies dat mogelijk is bij de keuze van een tak 23-contract, en was discretionair, nu de makelaar de bevoegdheid had daden van beschikking en beheer op de tegoeden van de belegger te stellen. Het feit dat de belegger zelf enkele arbitrageformulieren ondertekende, betekende niet dat het mandaat niet werd uitgevoerd. De makelaar kon zich niet op de nevenuitzondering beroepen, nu die beheersactiviteit redelijkerwijs niet als nevenactiviteit kon worden beschouwd: de rol van een verzekeringsmakelaar is de verzekeringnemer met verzekeraars in contact te brengen, gepersonaliseerd advies te geven en de administratieve aspecten te beheren, niet om financiële activa discretionair te beheren, ook al liggen die onder een tak 23-polis. De makelaar was dus verplicht, vóór hij begon, een FSMA-vergunning als vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies te verkrijgen.

Dit artikel is een vertaling. Enkel de Franse versie is authentiek. Het wordt louter ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies.

Geef een reactie

Omhoog ↑

Ontdek meer van Banking and Finance law in Belgium

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder