This post is also available in:
In een eerder artikel bespraken wij het geval van twee bejaarde phishingslachtoffers en een beslissing van de Antwerpse rechtscolleges uit 2019. Die beslissing werd nu bevestigd door het hof van beroep te Antwerpen, in november 2020.
Phishing zit in de lift
Phishing is een vorm van oplichting via e-mail, sms, WhatsApp of ander onlinekanaal waarbij hackers persoonsgegevens trachten te bemachtigen voor frauduleus gebruik, waarbij zij zich voordoen als bekende ondernemingen in berichten die er vandaag echter uitzien dan ooit. Banken en hun cliënten zijn een geliefd doelwit. Ondanks de talrijke waarschuwingen trappen sommige cliënten toch in de val. In 2019 telde Ombudsfin 647 klachten over betalingsdiensten (tegenover 261 in 2015), waarvan er 221 een internetfraude betroffen.
In welke mate moet de bank de schade dragen?
In het bankrecht zijn de beginselen bij phishing dezelfde als die bij verlies of diefstal van een betaalinstrument. Samengevat: de cliënt draagt een beperkte aansprakelijkheid van 50 EUR voor de verrichtingen vóór de kennisgeving aan de bank; alle nadien verrichte en aan de phishing verbonden transacties zijn voor rekening van de bank; maar bij wijze van uitzondering draagt de cliënt, indien hij grof nalatig is, de volledige aansprakelijkheid voor de betwiste verrichtingen.
De grove nalatigheid van de cliënt: objectief beoordeeld
De grove nalatigheid bij phishing wordt aan de beoordeling van de rechter overgelaten en is niet beperkt tot de wettelijke voorbeelden (zoals het noteren van veiligheidsgegevens op de kaart of het niet tijdig verwittigen van de bank). Het bankrecht verwacht van de houder van een betaalinstrument dat hij het gebruikt overeenkomstig de uitgiftevoorwaarden, alle redelijke maatregelen neemt om de veiligheid ervan en de vertrouwelijkheid van de gegevens te waarborgen, en de bank (of Card Stop) onmiddellijk verwittigt van elk verlies, elke diefstal of elk onrechtmatig of niet-toegestaan gebruik.
Leeftijd en perceptie spelen geen rol
Cruciaal is dat de grove nalatigheid wordt beoordeeld los van de eigen kenmerken van het slachtoffer. De leeftijd van de cliënt is irrelevant voor de beoordeling door de rechter van het door het bankrecht verwachte gedrag. Zijn perceptie van de gebeurtenissen, of zijn vermogen die waar te nemen (dat door de leeftijd kan zijn verminderd), kan niet worden gebruikt om de grove nalatigheid uit te sluiten en de aansprakelijkheid naar de bank te verschuiven. Dat is ook het standpunt van de gezaghebbende auteurs en van het hof van beroep te Antwerpen in zijn arrest van november 2020. De analyse van de rechter moet weliswaar rekening houden met de omstandigheden, maar enkel objectief, aan de hand van het abstracte gedrag dat elke voorzichtige persoon in een identieke situatie zou aannemen. Kortom, inzake niet-toegestane betalingstransacties verankert het hof, net als de rechtbank van eerste aanleg vóór het, een beoordeling in abstracto, en niet in concreto.
Er zij evenwel aan herinnerd dat de rol van de bank strikt omkaderd blijft wanneer zij als betalingsdienstaanbieder optreedt. Zoals het Hof van Cassatie recent bevestigde, is de bank niet gehouden tot een advies- of waarschuwingsplicht wanneer zij een overschrijving met het oog op een belegging uitvoert.
Dit artikel is een vertaling. Enkel de Franse versie is authentiek. Het wordt louter ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies.
Geef een reactie