Phishing: stand van de recente rechtspraak

This post is also available in: Français (Frans) English (Engels)

In onze vorige artikelen herinnerden wij aan de beginselen die bij phishing van toepassing zijn. De recente rechtspraak komt op die beginselen terug en maakt het mogelijk de tendens af te remmen waarbij een fraudeslachtoffer zich tot zijn bank wendt om een automatische terugbetaling van de ontvreemde bedragen te verkrijgen.

Overzicht van enkele recente beslissingen

Antwerpen, 5 november 2020

Het hof van beroep te Antwerpen bevestigde een in eerste aanleg gewezen beslissing en herinnerde met name aan de verplichtingen die op de gebruiker van een betaalinstrument rusten zoals bedoeld in artikel VII.38 WER: het betaalinstrument gebruiken overeenkomstig de voorwaarden die de uitgifte en het gebruik ervan regelen; de verplichting om onverwijld melding te maken van verlies, diefstal, onrechtmatig gebruik of enig niet-toegestaan gebruik van het betaalinstrument; de verplichting alle redelijke maatregelen te nemen om de veiligheid van het betaalinstrument en van de gepersonaliseerde veiligheidsgegevens te waarborgen.

Volgens het hof had een reeks elementen de aandacht van de cliënt moeten trekken, ondanks zijn 89 jaar: de phishing-e-mail bevatte het logo van de bank niet en het daaropvolgende telefoongesprek werd op een zaterdag herhaald, terwijl de zaak geen enkele urgentie vertoonde. Het negeren van die elementen, samen met het doorgeven van de persoonlijke codes van de cliënt, vormen evenzovele grove nalatigheden die de onbeperkte aansprakelijkheid van de cliënt meebrengen.

Wat de hoge leeftijd van het slachtoffer betreft, herinnerde het hof van beroep eraan dat de grove nalatigheid wordt beoordeeld volgens het criterium van het gedrag van een normaal voorzichtige en zorgvuldige betalingsdienstgebruiker, geplaatst in dezelfde externe omstandigheden. Zo kan volgens het hof geen rekening worden gehouden met de eigen kenmerken van de betalingsdienstgebruiker, zoals de leeftijd. Het hof voegt eraan toe dat er sprake is van nalatigheid zodra men afwijkt van het gedrag dat van elke cliënt die een elektronisch betaalsysteem gebruikt, mag worden verwacht. In casu had het slachtoffer sinds meerdere jaren een abonnement op de elektronische betalingsdiensten van de bank en maakte hij er gebruik van, zodat hij als elke andere “normale” gebruiker van betalingsdiensten moest worden beschouwd.

Luik, 9 januari 2020

Voor het hof van beroep te Luik was een bankcliënte het slachtoffer geworden van informaticafraude nadat zij was gecontacteerd door meerdere Engelstalige personen die zich voordeden als verantwoordelijken van het bedrijf “Windows”. Zij hadden haar ervan overtuigd een beveiligingssoftware ter waarde van 25 EUR aan te schaffen. Bij het openen van de software, samen met de website van de bank, verrichtte zij de betaling van voormeld bedrag via haar gebruikelijke software voor bankieren op afstand. In de daaropvolgende uren werden de wachtwoorden gewijzigd; de cliënte blokkeerde haar rekeningen telefonisch en stelde vervolgens vast dat haar rekening met een aanzienlijk bedrag was gedebiteerd.

De debetverrichting was gevalideerd door een handtekening van het type UCR, dus via een kaartlezer. In eerste aanleg had de rechtbank de vordering van de cliënte toegewezen om de bank het fraudebedrag te laten dragen, onder aftrek van het wettelijke forfait. In beroep oordeelde het hof dat de betwiste debitering niet anders te verklaren viel dan door de mededeling, door de cliënte aan de daders, van de codes die nodig waren om een elektronische handtekening aan te maken voor een overschrijving van het gedebiteerde bedrag. Aangezien de kaartlezer steeds in het bezit van het slachtoffer was gebleven, oordeelde het hof dat de hypothese van “hacking op afstand van de kaartgegevens” door geen enkele technische expertise werd gestaafd. De overschrijving werd als toegestaan beschouwd, en het hof weerhield eveneens de grove nalatigheid van de cliënte.

Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, 16 maart 2022

De bankrekeningen van de cliënt waren gedebiteerd na een phishingfraude in het kader van een verzoek tot betaling van bijkomende verzendkosten. De fraudeurs hadden de cliënt naar een frauduleuze website van de bank geleid. De rechtbank weerhield de grove nalatigheid van het slachtoffer, dat had erkend de feiten verdacht te hebben gevonden maar de transactie toch had voortgezet. Bovendien had hij een uitdrukkelijke melding van de bank ontvangen over de verbinding van een nieuw toestel.

Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, 4 april 2022

Twee cliënten van de bank waren het slachtoffer geworden van phishing in het kader van een onlineaankoop. Tijdens het aankoopproces was de fraudeur erin geslaagd bepaalde gegevens van de cliënten te bemachtigen en een onlinebankingtoepassing te installeren. In totaal werd 22.428,61 EUR van diverse rekeningen ontvreemd. De rechtbank weerhield de grove nalatigheid van de cliënten, die het bedrog hadden kunnen ontdekken: meerdere elementen hadden hen moeten alarmeren, met name het feit dat men hun een link had toegestuurd om een betaling te verrichten en dat de pagina waarnaar zij werden geleid geen enkele verwijzing naar de bank bevatte.

Franstalige ondernemingsrechtbank Brussel, 9 mei 2022

De cliënt was naar een fitnesszaal gegaan en had zijn spullen (waaronder zijn betaalkaart en gsm) in een kluisje gelegd. Na het verlaten van de zaal ontving hij een sms van de bank die hem waarschuwde dat een nieuw profiel met zijn gegevens was aangemaakt en hem uitnodigde de helpdesk te contacteren bij problemen. Er waren meerdere verrichtingen (opnames en een overschrijving) uitgevoerd. Het slachtoffer erkende evenwel dat zijn pincode was samengesteld uit de laatste cijfers van zijn gsm-nummer, wat kon verklaren hoe de fraudeur opnames had kunnen verrichten. De rechtbank weerhield de grove nalatigheid.

Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, 20 mei 2022

Op 23 december 2020 had de cliënt gereageerd op een phishingbericht over de aanvraag van een nieuwe digipass. De cliënt werd na 23 uur telefonisch gecontacteerd en gaf zijn gegevens kort vóór en na middernacht door aan de fraudeurs. Een bedrag van 50.000 euro werd ontvreemd. De rechtbank weerhield de grove nalatigheid.

Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, 29 juni 2022

De cliënt had gereageerd op een phishing-e-mail over een digipass. Vervolgens had hij contact gehad met de fraudeurs en zijn geheime codes voor de digipass en de sms prijsgegeven. De rechtbank oordeelde dat de cliënt, door de overschrijvingen te valideren via de telefonische mededeling van de sms-stapcodes, zijn akkoord met die transacties had gegeven. Bijgevolg oordeelde de rechtbank dat het toegestane betalingstransacties betrof.

Besluit

De recente rechtspraak bevestigt een duidelijke lijn: zodra de cliënt zijn gepersonaliseerde veiligheidsgegevens heeft meegedeeld of de verrichtingen mee heeft gevalideerd, en zodra hij de talrijke openbare waarschuwingen heeft genegeerd, wordt de grove nalatigheid weerhouden en blijft de schade voor zijn rekening.

[Link naar pijler: Phishing en frauduleus gebruik van betaalmiddelen]

Dit artikel is een vertaling. Enkel de Franse versie is authentiek. Het wordt louter ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies.

Geef een reactie

Omhoog ↑

Ontdek meer van Banking and Finance law in Belgium

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder