This post is also available in:
Kan een bank aansprakelijk worden gesteld wanneer zij weigert een krediet te verlenen of een bestaand krediet te verlengen? De vraag is van belang voor advocaten, bankiers en bedrijfsjuristen. De contractvrijheid is een grondbeginsel van het Belgische burgerlijk recht. Een bank is niet verplicht elke aanvrager te financieren. Maar kan zij misbruik maken van haar recht om te weigeren?
Weigering om een krediet te verlengen: het juridische kader
Hetzelfde beginsel geldt wanneer de bank weigert de looptijd van een krediet te verlengen. In bepaalde gevallen legt de wet de bank op haar kredietweigering te motiveren. De weigering kan niettemin worden getoetst aan het verbod op rechtsmisbruik, zoals het hof van beroep te Brussel in herinnering heeft gebracht.
Casestudy: weigering om een bulletkrediet te verlengen (hof van beroep te Brussel)
Een bank had de aankoop van een kasteel door een cliënt gefinancierd voor meer dan een miljoen euro. Werken voor een vergelijkbaar bedrag waren eveneens gedeeltelijk door de bank gefinancierd. In afwachting van de wederverkoop kreeg de eigenaar een overbruggingskrediet, terugbetaalbaar op de datum van de verkoop en uiterlijk op 1 oktober 2012. Bij gebrek aan verkoop op de vervaldag stelde de bank een eenmalige verlenging van het overbruggingskrediet voor, of een nieuw krediet op vaste termijn van vijf jaar, mits een actualisering van de financiële toestand van de kredietnemer. Op die basis weigerde de bank uiteindelijk het krediet te verlengen. Daarop volgde een procedure van onroerend beslag, die drie maanden werd geschorst om een verkoop uit de hand mogelijk te maken.
Juridische analyse en uitkomst
Het Hof van Cassatie heeft geoordeeld dat de weigering om een krediet te sluiten rechtsmisbruik kan uitmaken wanneer de vrijheid om niet te contracteren op onredelijke wijze wordt uitgeoefend. In dit geval werd de weigering om een bijkomende betalingstermijn toe te staan evenwel niet beschouwd als rechtsmisbruik, noch als onvoorzichtig gedrag van de bankier.
Eén element ondersteunde de redenering van het hof: de cliënt had evenmin financiering gevonden bij een andere bank.
Referenties
- Brussel, 3 maart 2020, onuitg., A.R. 2015/AR/1757.
- Cass., 7 oktober 2012, C.10.0227.F.
Dit artikel is een vertaling. Enkel de Franse versie is authentiek. Het wordt louter ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies.
Over hetzelfde onderwerp
- Staatswaarborg voor bepaalde kredieten verleend van 1 april 2020 tot 30 september 2020
- De kosteloze borgtocht: een feitelijk begrip
- De uitvoeringsimmuniteit van de banktegoeden van internationale organisaties en het bankbeslag onder derden
- 20 jaar procedures over een hoofdelijke en ondeelbare borgtocht: aansprakelijkheid van de bank en onverschuldigde betaling
- Covid: banken verlengen het uitstel van betaling op ondernemingskredieten tot 30 juni 2021
Geef een reactie