This post is also available in:
Samenvatting van de waarborgregeling voor de Covid-kredieten verleend van 1 april 2020 tot 30 september 2020, waarvan de beginselen zijn opgenomen in het koninklijk besluit van 14 april 2020 houdende toekenning van een staatswaarborg voor bepaalde kredieten in de strijd tegen de gevolgen van het coronavirus.
1. Context van de waarborg voor de Covid-kredieten
Op 27 maart werd de wet gestemd die de Koning machtigt een staatswaarborg toe te kennen voor bepaalde kredieten in de strijd tegen de gevolgen van het coronavirus en tot wijziging van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen. De wet beoogt de Koning te machtigen een regelgeving inzake een staatswaarborg in te voeren, zodat de staatswaarborgen voor de betrokken kredieten zo snel mogelijk kunnen worden toegekend. De modaliteiten van deze waarborg werden gepreciseerd door het koninklijk besluit van 14 april 2020 (het koninklijk besluit). De waarborgregeling komt bovenop de verbintenis van de banksector om aan de ondernemingen en de particulieren een betalingsuitstel op de kredieten toe te kennen, zoals vastgelegd in de chartas verbonden aan de toegekende betalingsuitstellen. De doelstelling van de regering is de kredietverlening aan de reële economie en de non-profitsector te handhaven en de risico’s tussen de banken en de Staat te mutualiseren.
2. Het principe van de staatswaarborg
Binnen elke bank worden alle nieuwe door het koninklijk besluit beoogde kredieten met een maximale duur van 12 maanden, verleend uiterlijk op 30 september 2020 (eventuele verlenging te beslissen door de regering) (de Gewaarborgde Kredieten), verleend door Kredietgevers aan Kredietnemers, ondergebracht in een portefeuille waarin de verliezen ingevolge betalingsverzuim worden gedeeld tussen de Belgische Staat en de betrokken kredietinstelling. Het gewaarborgde verlies is de som van de verliezen die een bank op haar gewaarborgde portefeuille lijdt. De mate waarin het gewaarborgde verlies door de staatswaarborg wordt vergoed, hangt af van het percentage dat dit verlies vertegenwoordigt ten opzichte van de referentieportefeuille van de bank.
3. In de praktijk
Welke ondernemingen zijn betrokken (de Kredietnemers) of uitgesloten? Betrokken: alle niet-financiële ondernemingen, met inbegrip van de zelfstandigen en de rechtspersonen van de non-profitsector, ingeschreven bij de Kruispuntbank van Ondernemingen; de gezonde ondernemingen (de bank kan zich baseren op een ondertekende verklaring van de onderneming, bij voorkeur vergezeld van het verslag van een onafhankelijke financiële deskundige, voor zover zij redelijkerwijs geen kennis heeft van tegenstrijdige informatie); het is niet noodzakelijk dat de Kredietnemer die een krediet aanvraagt specifiek door de gezondheidscrisis is getroffen. Uitgesloten: alle betrokken ondernemingen die evenwel betalingsmoeilijkheden vertoonden vóór de huidige crisis, namelijk een betalingsachterstand op 1 februari 2020 op lopende kredieten, belastingen of socialezekerheidsbijdragen; of een achterstand van meer dan 30 dagen op 29 februari 2020; of een lopende actieve kredietherstructureringsprocedure op 31 januari 2020; of indien de onderneming op 31 december 2019 het voorwerp uitmaakt van een gerechtelijke reorganisatie of de voorwaarden daartoe vervult; of indien meer dan de helft van het geplaatste maatschappelijk kapitaal is verdwenen door de gecumuleerde verliezen; of indien de onderneming, andere dan een kmo, over de twee voorgaande boekjaren een verhouding schulden/eigen vermogen hoger dan 7,5 en een rentedekkingsgraad (berekend op basis van de EBITDA) lager dan 1,0 vertoont.
Welke kredieten zijn beoogd of uitgesloten? Beoogd: alle nieuwe kredieten of kredietschijven zoals de kaskredieten, straight loans (met name de bulletkredieten/voorschotten op vaste termijn), kredietopeningen, waarborgfaciliteiten, toegestane debetstanden (overdraft facilities), gesyndiceerde kredieten en club deals, voor zover deze kredieten werden verleend tussen 1 april en 30 september 2020 en een maximale duur van 12 maanden hebben (of een discretionaire opzegging door de kredietgever tijdens de eerste 12 maanden toelaten). Eveneens beoogd zijn de kredietlijnen verleend voor onbepaalde duur maar die door de kredietgever op discretionaire wijze kunnen worden opgezegd. Uitgesloten: de kredieten die uitsluitend activiteiten in het buitenland financieren (met uitzonderingen, een drempel van 10% wordt getolereerd); de herfinancieringen van kredieten en de nieuwe opnemingen van bestaande kredieten verleend vóór 1 april 2020; de gedeselecteerde kredieten; de financieringshuur, factoring, consumentenkredieten en hypothecaire kredieten; en de kredieten hoger dan 50.000.000 EUR, behoudens door de Koning verleende afwijking.
De referentieportefeuille en de deselectie van kredieten. De Staat waarborgt geen individuele kredieten, maar kredietportefeuilles per kredietinstelling; het verlies en de bijdrage in de verliezen worden op het niveau van de portefeuille berekend. Elke kredietinstelling vormt aldus een referentieportefeuille die alle gewaarborgde kredieten omvat die zij tussen 1 april en 30 september 2020 heeft verleend, met inbegrip van die welke op die datum zijn terugbetaald, in functie van de haar toegekende enveloppe, beperkt tot het totale bedrag van de enveloppe vermenigvuldigd met 1,75%; de gedeselecteerde kredieten worden eraan toegevoegd. De banken kunnen immers, binnen strikte grenzen, een deel van hun (anders gewaarborgde) kredieten deselecteren uit het voorwerp van de staatswaarborg, waarbij elke bank tot maximaal 14,785%, afgerond tot 15%, van het totaal van de verleende kredieten buiten het toepassingsgebied van de regeling kan houden. De keuze gebeurt enkel bij de verlening van het krediet en is onherroepelijk. Aan eenzelfde kredietnemer kunnen kredieten zowel met als zonder waarborg worden verleend. De gedeselecteerde kredieten zijn niet door de waarborg gedekt en de waarborgcommissie is niet verschuldigd, maar de kredieten blijven in de referentieportefeuille met de gewaarborgde kredieten. Een sanctie is van toepassing wanneer de gedeselecteerde kredieten meer dan 15% van de referentieportefeuille vertegenwoordigen.
Verlening van de kredieten: beperkingen voor de banken inzake de rentevoeten en onoverdraagbaarheid. De Kredietgevers moeten een vaste Europese minimumpremie betalen om de waarborg te genieten. Deze premie kan op de kredietnemers worden afgewenteld door de toepassing van een rentevoet verhoogd met 0,25% voor de kleine en middelgrote ondernemingen en met 0,50% voor de grote ondernemingen. De maximale gewaarborgde rentevoet (de banken zijn vrij een lagere toe te passen) op deze kredieten bedraagt 1,25%. De gebruikelijke kosten kunnen daarnaast steeds worden aangerekend, verhoogd met de voormelde premie. In geval van deselectie is de voormelde minimumpremie niet door de bank verschuldigd, maar deze kredieten worden niettemin in aanmerking genomen voor de eventuele verdeling van de verliezen in de referentieportefeuille. De eventuele verminderingen van een betrokken krediet geven geen aanleiding tot terugbetaling van de eventueel reeds betaalde premies. Ten slotte mag de bank de kredieten die het voorwerp van de waarborg uitmaken niet overdragen, op straffe waarvan deze vervalt.
Termijn om de staatswaarborg in te roepen en uitvoering van de waarborg door de banken. De staatswaarborg kan tot 31 maart 2023 worden ingeroepen. Om de moeilijkheden te vermijden verbonden aan de tijd nodig voor de uitvoering van de andere waarborgen en de liquidatie van de activa van een eventueel faillissement, is het niet noodzakelijk dat op het ogenblik van de oproep een verlies op de portefeuille reeds vaststaat of kan worden bewezen. In dergelijke omstandigheden brengt de oproep uiteraard geen betaling mee. Concreet zullen de banken schematisch moeten: de gewaarborgde kredieten die aanleiding kunnen geven tot een verlies in hun hoofde lijsten; de staatswaarborg vóór 31 maart 2023 (behoudens uitstel) inroepen voor het geschatte verlies; alle activa en andere waarborgen die de banken op elk van de kredieten genieten uitputten; en betaling door de Staat ontvangen, ten belope van wat het koninklijk besluit voorziet. De staatswaarborg wordt toegekend onder het voorrecht van uitwinning; de Staat is de betaling slechts verschuldigd in geval van een verlies van de kredietgever dat definitief is geworden, onverminderd de eventuele betaling van voorschotten.
4. Vereiste waakzaamheid van de krediet- en herstructureringsafdelingen van de banken: risico van vermindering of verlies van waarborg
Bepaalde bepalingen van het koninklijk besluit moeten de beheerders van de afdelingen Krediet/Recovery/Restructuring/Intensive care van de banken en hun agentschappen aanzetten tot de grootste voorzichtigheid. Zo zou, naast het verlies van staatswaarborg bij overdracht of effectisering van het krediet, indien de Kredietgever tussen de verlening van het krediet en de oproep tot waarborg aan de kredietnemer heronderhandelingsmaatregelen toestaat, het door de Staat gewaarborgde verlies onder bepaalde voorwaarden kunnen worden verminderd. Evenzo zou een op nalatige wijze verleend krediet eveneens aanleiding kunnen geven tot vermindering van de waarborg; indien deze nalatigheid, zoals het aanrekenen van bijkomende kosten die niet in de algemene voorwaarden zijn voorzien of het afhankelijk maken van het sluiten van een gewaarborgde kredietovereenkomst van het sluiten van andere overeenkomsten, geacht wordt systematisch of op grote schaal te worden toegepast, is het de gehele staatswaarborg die verloren gaat. De verliezen op kredietovereenkomsten die niet de door het koninklijk besluit vereiste specifieke bepalingen zouden bevatten, worden afgetrokken van het aan de staatswaarborg onderworpen bedrag; deze clausules betreffen met name de indeplaatsstelling van de Staat in de rechten van de kredietgever en de kwestie van de financiering van activiteiten in België of gekwalificeerde buitenlandse activiteiten, voor zover dit gebruik beperkt is tot 10% van het gewaarborgde krediet en niet ten koste van de Belgische activiteiten gebeurt.
Overigens moeten andere clausules in de overeenkomsten worden opgenomen, met name betreffende de door de Kredietgever aan de Staat gegeven vrijwaring tegen alle vorderingen die door de Kredietnemer of enige verbonden persoon zouden worden ingesteld; het geheel van de door de Kredietnemer te doen verklaringen, met name de elementen betreffende de levensvatbaarheid van de Kredietnemer alsook de afwezigheid van betalingsachterstanden op 1 februari 2020 of van minder dan 30 dagen op 29 februari 2020; en beperkingen betreffende het plafond van 50 miljoen euro om meervoudige kredietaanvragen die dit bedrag zouden overschrijden te vermijden. De gewaarborgde kredieten die niet in een reporting over de staatswaarborg zijn opgenomen, geven eveneens aanleiding tot vermindering van het gewaarborgde verlies. Evenzo zal, indien de bank de kredietnemer niet heeft aangespoord andere beschikbare waarborgen voor het gewaarborgde krediet te vragen of te verkrijgen, het geleden verlies op het nieuwe krediet worden afgetrokken van de tussenkomst van de Staat. Het gewaarborgde verlies wordt verminderd met alle verliezen op de gewaarborgde kredieten waarvoor de kredietgever de Staat niet vrijwaart tegen alle vorderingen die door de kredietnemer of enige verbonden persoon worden ingesteld. De verlening van een nieuwe zekerheid, na 1 april 2020, die een eerder of gedeselecteerd krediet waarborgt, zou een vermindering van het door de Staat gewaarborgde verlies kunnen meebrengen indien deze meent dat de verleende zekerheid, zelfs gedeeltelijk, de gewaarborgde kredieten had kunnen dekken. Indien de bank systematisch of op grote schaal, tussen 1 april en 30 september 2020, zonder objectieve rechtvaardiging de vernieuwing weigert van kredieten verleend vóór 1 april 2020 en vervallend vóór 30 september 2020, terwijl de kredietnemer in de vereiste voorwaarden was om een dergelijke vernieuwing te genieten, vervalt de waarborg. Ten slotte vervalt de waarborg voor een Kredietgever indien hij nalaat de Staat binnen de termijn in te roepen, de premie niet, niet tijdig of niet volledig betaalt, of indien de Kredietgever het betalingsuitstel niet naleeft, behoudens verschoonbare nalatigheid in hoofde van de kredietgever.
Ten slotte is elke bank gehouden een register bij te houden van alle ingediende aanvragen van gewaarborgde leningen, met inbegrip van de identiteit van de Kredietnemer en het gevraagde bedrag; ook het resultaat van elke aanvraag moet worden geregistreerd. De banken zullen gehouden zijn maandelijkse verslagen aan de NBB voor te leggen met informatie over het totaal van de ontvangen kredietaanvragen en de resultaten ervan.
Dit artikel is een vertaling. Enkel de Franse versie is authentiek. Het wordt louter ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies.
Geef een reactie