De uitvoeringsimmuniteit van de banktegoeden van internationale organisaties en het bankbeslag onder derden

This post is also available in: Français (Frans) English (Engels)

Het beslag onder derden bij de bank

Een beslag onder derden is, samengevat, een beslag dat een schuldeiser legt in handen van de schuldenaar van zijn schuldenaar. Het komt vaak voor in het bankrecht: de schuldeiser legt beslag onder de bank (de derde-beslagene), die fondsen van haar cliënt (de beslagen schuldenaar) aanhoudt. De bank moet dan de rekeningen van de beslagene blokkeren en de aan hem verschuldigde bedragen aangeven. Is de beslagen schuldenaar een Staat of een internationale organisatie, dan zijn de regels delicater, aangezien die entiteiten uitvoeringsimmuniteit genieten, die hun goederen in beginsel aan elke uitvoering onttrekt.

Principiële rechtspraak van het Hof van Cassatie

Op 21 december 2009 sprak het Hof van Cassatie zich uit over de al dan niet beslagbaarheid van de banktegoeden van internationale organisaties, gelet op de uitvoeringsimmuniteit die zij genieten krachtens de artikelen 1412bis tot 1412quinquies van het Gerechtelijk Wetboek, en op de beperking van het recht op toegang tot een rechter uit artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens die die immuniteit kan veroorzaken. Voor het Hof moet de vereiste evenredigheid in deze materie geval per geval worden beoordeeld in het licht van de bijzondere omstandigheden, waaronder de vraag of de persoon tegen wie de immuniteit wordt ingeroepen over andere redelijke middelen beschikt om de door het Verdrag gewaarborgde rechten te beschermen.

Een toepassing in 2019: tegoeden van de Democratische Republiek Congo onder beslag

In het kader van de uitvoering van een arbitrale uitspraak die een schuldvordering van meer dan tien miljoen euro erkende, legden de schuldeisers (een Amerikaans bedrijf en twee Amerikaanse residenten) een uitvoerend beslag onder derden tegen de Democratische Republiek Congo bij verschillende grote Belgische banken en de Centrale Bank van Congo. De DRC tekende verzet aan tegen dat beslag, nu de geblokkeerde rekeningen bestemd waren om de lonen van diplomaten en lokale medewerkers te betalen. De rekeningen werden nadien vrijgegeven, waarbij de DRC schadevergoeding vorderde wegens tergend en roekeloos beslag. In eerste aanleg verkreeg de DRC de opheffing: de beslagleggers hadden niet de voorafgaande machtiging van de beslagrechter gevraagd die artikel 1412quater, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek vóór het beslag vereist. Het hof van beroep te Brussel hervormde die beslissing vervolgens, en het is over die machtigingsvraag dat het Hof van Cassatie zich boog.

Het Gerechtelijk Wetboek, het bankbeslag en de publiekrechtelijke internationale organisaties

Artikel 1412quater van het Gerechtelijk Wetboek, in 2008 ingevoegd, bepaalt dat, onder voorbehoud van dwingende supranationale instrumenten, tegoeden van welke aard ook, waaronder de deviezenreserves, die vreemde centrale banken of internationale monetaire autoriteiten in België aanhouden of beheren voor eigen rekening of voor rekening van derden, niet voor beslag vatbaar zijn. Bij wijze van uitzondering kan een schuldeiser met een uitvoerbare titel bij de beslagrechter een verzoek indienen om die tegoeden te mogen beslaan, mits hij aantoont dat zij uitsluitend bestemd zijn voor een privaatrechtelijke economische of commerciële activiteit.

De beslissing: cassatie, wordt vervolgd

Het hof van beroep had geoordeeld dat het ontbreken van de voorafgaande machtiging het beslag op de tegoeden van de DRC en de Centrale Bank van Congo niet ongeldig maakte. Volgens het hof beoogt die voorafgaande machtiging enkel de schuldeiser het risico te besparen van een veroordeling tot schadevergoeding wegens tergend en roekeloos beslag ingeval het beslag op verzet wordt vernietigd. Voor het Hof van Cassatie volgt evenwel uit het beginsel van de onbeslagbaarheid van de door een vreemde centrale bank aangehouden of beheerde tegoeden dat de voorafgaande machtiging van de beslagrechter een substantiële vormvereiste is en dat het gebrek dat uit het ontbreken ervan voortvloeit niet kan worden gedekt. Het arrest van het hof van beroep werd verbroken en de zaak, wordt vervolgd, verwezen naar het hof van beroep te Luik.

Dit artikel is een vertaling. Enkel de Franse versie is authentiek. Het wordt louter ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies.

Geef een reactie

Omhoog ↑

Ontdek meer van Banking and Finance law in Belgium

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder