This post is also available in:
Een bank wordt door de hoofdelijke en ondeelbare borg van de verbintenissen van een vennootschap aansprakelijk gesteld omdat zij zijn effectenportefeuille had vereffend, terwijl de latere vereffening van de schuldenaarsvennootschap uiteindelijk de volledige terugbetaling van de schuldvordering van de bank mogelijk zou maken.
Het uitgangspunt: de uitvoering van een hoofdelijke en ondeelbare borgtocht
In de jaren 90 stelde de heer F., zaakvoerder van een Franse vennootschap, zich hoofdelijk en ondeelbaar borg voor de verbintenissen van zijn vennootschap tegenover de bank. De Franse vennootschap kwam in moeilijkheden en de borg werd in december 1998 door een Franse rechtbank veroordeeld tot uitvoering van zijn borgverbintenis (ongeveer 30.000 EUR). De vennootschap werd vervolgens in vereffening gesteld, en de bank diende haar aangifte van schuldvordering in voor ongeveer 112.000 EUR. De vereffening duurde meer dan 15 jaar wegens een geschil tussen de vennootschap en haar verzekeraar. Intussen verkreeg de bank in België een exequaturbeschikking en werd de effectenportefeuille van de heer F. vereffend voor ongeveer 17.000 EUR, waarvan de opbrengst grotendeels op de interesten van de borgtocht werd aangerekend, maar ook een deel van de schuldvordering terugbetaalde.
Afsluiting van de vereffening, volledige terugbetaling en een aansprakelijkheidsvordering
Jaren later, in 2013, werd de vereffening van de Franse vennootschap afgesloten met de betaling aan de bank van het bedrag van 112.000 EUR uit haar aangifte van schuldvordering. Bij dat nieuws stelde de heer F. de bank aansprakelijk, met de overweging dat de bank zijn effectenportefeuille niet had mogen verkopen, en vorderde hij de tegenwaarde van de verkochte effecten alsook de meerwaarde die deze effecten tussen 2000 en 2014 hadden moeten kennen. De bank verweerde zich met het feit dat de borg de verkoop van zijn portefeuille zonder voorbehoud had toegestaan, en met het hoofdelijke en ondeelbare karakter van de borgverbintenis.
De beslissingen: verjaring, geen aansprakelijkheid en een epiloog voor het Hof van Cassatie
In eerste aanleg wees de rechtbank de vordering van de borg af wegens verjaring, zonder de grond van de zaak te onderzoeken, tot opluchting van de bank, die artikel 2031 van het Burgerlijk Wetboek uit het oog had verloren. De borg tekende hoger beroep aan. Intussen dagvaardde de vereffenaar van de Franse vennootschap de bank tot terugbetaling van het onverschuldigde; bij de inleiding werd dadelijk een dading gesloten en betaalde de bank een bedrag aan de vereffenaar.
De borg zette zijn vordering toch voort, maar het hof van beroep wees ze eveneens af. Het hof hervormde wel het bestreden vonnis over de verjaring, en oordeelde dat de vordering niet verjaard was, maar dat het hoger beroep ongegrond was. Het hof oordeelde dat de bank geen fout had begaan, niet tekort was geschoten aan de goede trouw en geen rechtsmisbruik had gepleegd. Door een hoofdelijke en ondeelbare borgverbintenis aan te gaan, had de borg het voorrecht van uitwinning verloren: de bank kon de borg dus wel degelijk tot uitvoering dwingen zonder de onzekere uitkomst van de vereffening af te wachten. Wat de terugbetaling van het te veel ontvangene en artikel 2031 betreft, stelde het hof vast dat de bank het te veel ontvangene reeds aan de gerechtelijke vereffenaar had teruggegeven, zodat het hoger beroep ongegrond was. De borg bracht de zaak vervolgens voor het Hof van Cassatie, dat het cassatieberoep ongegrond verklaarde.
Dit artikel is een vertaling. Enkel de Franse versie is authentiek. Het wordt louter ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies.
Over hetzelfde onderwerp
- Staatswaarborg voor bepaalde kredieten verleend van 1 april 2020 tot 30 september 2020
- De kosteloze borgtocht: een feitelijk begrip
- De uitvoeringsimmuniteit van de banktegoeden van internationale organisaties en het bankbeslag onder derden
- Covid: banken verlengen het uitstel van betaling op ondernemingskredieten tot 30 juni 2021
- Covid-19 en beslagrecht: maatregelen van kracht tot 31 januari 2021
Geef een reactie