This post is also available in:
De wet van 8 november 2020 houdende invoeging van bepalingen inzake de basisbankdienst voor ondernemingen in boek VII van het Wetboek van economisch recht is verschenen in het Belgisch Staatsblad van 24 november 2020.
Steeds talrijkere weigeringen om een bankrekening te openen en eenzijdige afsluitingen van bankrekeningen
Gelet op het risico van zware sancties dat op de banken weegt inzake de voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, zijn deze laatste steeds voorzichtiger ten aanzien van hun cliënten en hun activiteiten. De vereisten die op de banken wegen in deze materie zijn steeds belangrijker. Zij van hun kant beschikken niet altijd over voldoende middelen, binnen de compliancediensten, om elk cliëntendossier en elke door hem gevoerde verrichting te analyseren. Meer en meer stellen wij vast dat de banken de beslissing nemen bepaalde cliënten uit te sluiten (men spreekt van een exit- of de-riskingstrategie) of aan potentiële cliënten elke mogelijkheid te weigeren een bankrelatie aan te vatten, zelfs indien zij daardoor de kans mislopen een vruchtbare en transparante bankrelatie te ontwikkelen met wie in werkelijkheid een volkomen legitieme en rechtsconforme activiteit uitoefent. Dit fenomeen treft met name de diamantairs, de invoerders en uitvoerders van informaticamateriaal, de ondernemingen actief in de horecasector of in het zogenaamde tweedekansondernemerschap, de politiek prominente personen (de PEP’s) of bepaalde personen van vreemde nationaliteit. Allen worden geconfronteerd met weigeringen tot opening of met afsluitingen van bankrekeningen door de financiële instellingen, wat hun talrijke ongemakken bezorgt: het is onmogelijk een economische activiteit uit te oefenen zonder over een bankrekening te beschikken. Sinds 1969 is elke onderneming trouwens gehouden een zichtrekening bij een bank of financiële instelling te openen vóór zij haar activiteiten aanvangt. In dezelfde geest legt elke inschrijving bij de Kruispuntbank van Ondernemingen de mededeling op van de bankrekening(en) van de onderneming.
De basisbankdienst voor ondernemingen
In een vorig artikel vermeldden wij dat de beslissing van een bank om een bankrekening te openen of af te sluiten niet moest worden gemotiveerd, onder twee voorbehouden: het rechtsmisbruik en de basisbankdienst. De basisbankdienst is nog slechts toegankelijk voor natuurlijke personen, onder bepaalde voorwaarden. Maar binnenkort zullen ook de ondernemingen een soortgelijk recht op de basisbankdienst kunnen genieten. De wetgever heeft immers op 15 oktober 2020 een wettekst gestemd houdende invoeging van bepalingen inzake de basisbankdienst voor ondernemingen in boek VII van het Wetboek van economisch recht. De daaruit voortvloeiende wet van 8 november 2020 werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 24 november 2020. Deze wet beoogt eveneens de transparantie van de relatie tussen een bank en haar cliënt te vergroten. Verplichtingen tot motivering van de door de bankinstellingen genomen beslissingen zijn immers in deze nieuwe wetgeving opgenomen. Zij laat eveneens toe over een doeltreffend onderzoeksmiddel te beschikken om het witwassen van geld en de financiering van criminele activiteiten te bestrijden, doordat het bezit van een bankrekening de transparantie vergroot en de contante transacties beperkt. Deze wet is in werking getreden op de eerste dag van de zesde maand na die van haar publicatie in het Belgisch Staatsblad, dit wil zeggen op 1 mei 2021.
Wat omvat de basisbankdienst voor ondernemingen?
De basisbankdienst voor ondernemingen omvat de uitvoering van betalingsverrichtingen, met inbegrip van geldovermakingen, de uitvoering van domiciliëringen, de uitvoering van betalingsverrichtingen via een betaalinstrument en de uitvoering van overschrijvingen. De basisbankdienst laat eveneens toe contant geld op een rekening te storten of ervan af te halen. In tegenstelling tot het op particulieren toepasselijke regime, wordt de basisbankdienst voor ondernemingen aangeboden in euro en, op verzoek, in Amerikaanse dollar. Daarentegen geeft de basisbankdienst voor ondernemingen geen recht op het verkrijgen van een krediet, waarbij een kredietaanvraag overigens geen voorwaarde mag zijn voor de opening van een basisbankdienst. In alle gevallen mag de onderneming, bij de aanvraag, de toegang tot of het bezit van een betaalrekening bij de kredietinstelling, geen discriminatie ondergaan op grond van de nationaliteit, de verblijfplaats of enige andere discriminerende grond.
Hoe kan de onderneming het recht op de basisbankdienst aanvragen?
1. Minstens drie weigeringen tot opening van een rekening op de markt hebben opgelopen
Opdat een Belgische onderneming haar recht op de basisbankdienst zou kunnen doen gelden, zal zij in de eerste plaats moeten aantonen dat zij heeft getracht die diensten te verkrijgen via een normale raadpleging van de markt. Met andere woorden, dat zij meerdere weigeringen tot opening van een rekening en tot betalingsdiensten heeft opgelopen bij ten minste drie verschillende kredietinstellingen. Elke voorafgaande weigering tot opening van een zichtrekening door een kredietinstelling moet het voorwerp uitmaken van een expliciete en toereikende schriftelijke motivering, uiterlijk binnen de 10 werkdagen na de ontvangst van de aanvraag. Het spreekt vanzelf dat in het geval waarin de motivering een mededeling van informatie zou meebrengen die strijdig is met de doelstellingen van nationale veiligheid en handhaving van de openbare orde of met de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten (de antiwitwaswet), zij niet zal worden vrijgegeven. De aanvraag van het recht op de basisbankdienst zal eveneens vergezeld moeten gaan van een verklaring op erewoord overeenkomstig welke de aanvragende onderneming nog niet over een basisbankdienst of betaalrekening beschikt die haar toelaat de betalingsdiensten te genieten, noch bij een kredietinstelling naar Belgisch recht, noch bij een kredietinstelling gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie.
2. Optreden van de CFI op initiatief van de Kamer van de basisbankdienst
De wet stelt een Kamer van de basisbankdienst in binnen de FOD Economie. Het is deze Kamer die zal worden belast met de aanwijzing van een verstrekker van de basisbankdienst voor ondernemingen aan wie een aanvraag tot opening van een rekening driemaal is geweigerd, en op schriftelijke aanvraag van de onderneming. Eenmaal geldig gevat, zal de Kamer van de basisbankdienst aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking (de CFI) een vertrouwelijk advies vragen over de onderneming die de betalingsdiensten aanvraagt. Uiteraard zullen de vereisten van de antiwitwaswet vervuld moeten zijn. Het gaat om de verplichtingen tot identificatie van de cliënten, de lasthebbers, de uiteindelijke begunstigden en tot verificatie van die gegevens. Bij ontvangst van een positief advies van de CFI of bij ontstentenis van reactie binnen een termijn van 60 kalenderdagen, zal het aan de Kamer toekomen een kredietinstelling (gevestigd in België) aan te wijzen als verstrekker van de basisbankdienst, die gehouden zal zijn de basisbankdienst aan de aanvragende onderneming aan te bieden. De nadere regels voor de aanwijzing van de kredietinstellingen zullen later door de Koning worden bepaald.
3. Beperkingen aan de basisbankdienst, mogelijkheden tot weigering en uitsluitingen
Het recht op een basisbankdienst impliceert niet het recht een betalingsverrichting te kunnen uitvoeren indien zij een debetsaldo op de rekening teweegbrengt. Bovendien blijft het de bank vrij een aanvraag tot opening van de betalingsdiensten te weigeren, met name in een van de volgende gevallen: indien de opening strijdig is met de bepalingen van de antiwitwaswet; wanneer een lid van het wettelijk bestuursorgaan van de onderneming of een persoon belast met de effectieve leiding of, in voorkomend geval, een lid van het directiecomité werd veroordeeld wegens oplichting, misbruik van vertrouwen, bedrieglijk bankroet of valsheid in geschrifte; of wanneer de betaalrekening van de onderneming door deze laatste voor illegale doeleinden werd gebruikt.
4. Beëindiging van de basisbankdienst
De bank die de basisbankdienst verzekert, kan haar relatie met de betrokken onderneming beëindigen in de gevallen waarin: geen enkele betalingsverrichting op die rekening werd geregistreerd gedurende meer dan twaalf opeenvolgende maanden; de onderneming onjuiste informatie heeft verstrekt om de basisbankdienst te verkrijgen; zij (in België of in een andere lidstaat van de Europese Unie) over een andere betaalrekening beschikt waarmee zij de basisbankdiensten kan gebruiken, naast de bovenvermelde gevallen die een weigering van de basisbankdiensten rechtvaardigen; of om dezelfde redenen als die welke een weigering tot opening van een rekening zouden kunnen motiveren. Elke beëindiging impliceert de kennisgeving van een opzegtermijn van ten minste twee maanden, met uitzondering van de beëindigingen gebaseerd op het plegen van een van de bovenvermelde inbreuken, de mededeling van onjuiste informatie of wanneer de beëindiging conform de antiwitwaswet is. In die gevallen heeft de beëindiging onmiddellijk uitwerking.
5. Mogelijk buitengerechtelijk verhaal tegen een weigering tot opening van een rekening of een beëindiging van de basisbankdienst
De Ombudsdienst voor financiële diensten bedoeld in artikel VII.216 van het Wetboek van economisch recht is gehouden zich uit te spreken over de geschillen die hem worden voorgelegd. Hij is gemachtigd een door een kredietinstelling genomen beslissing te vernietigen, en de genomen beslissing is bindend zowel ten aanzien van de kredietinstelling als ten aanzien van de betrokken onderneming.
Dit artikel is een vertaling. Enkel de Franse versie is authentiek. Het wordt louter ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies.
Geef een reactie