De basisbankdienst voor particulieren en het recht op een bankrekening

This post is also available in: Français (Frans) English (Engels)

Beginsel

In een ander artikel over de beëindiging van de relatie tussen een bank en haar cliënt en de daaruit voortvloeiende afsluiting van rekeningen, wezen wij op de basisbankdienst als een van de uitzonderingen op het recht van de bankier om zo’n beslissing te nemen. Een bank weigert soms een cliënt, om allerlei redenen. De evolutie van het handelsverkeer maakt die situatie bijzonder moeilijk, zelfs nadelig, aangezien iemand die geen rekening kan openen, geen elektronische betalingen zou kunnen verrichten (of eenvoudigweg handelaars via een betaalterminal betalen) of fondsen ontvangen. Om die uitsluiting te bestrijden, voerde de wetgever met de wet van 24 maart 2003 de basisbankdienst in (thans de artikelen VII.56/1 tot VII.59/3 van het Wetboek van economisch recht).

Voorwaarden voor het recht op de basisbankdienst

In beginsel mag de aanvraag, de toegang tot of het bezit van een betaalrekening geen discriminatie van de consument meebrengen op grond van nationaliteit, verblijfplaats of enige andere grond bedoeld in de wet van 30 juli 1981 ter bestrijding van racisme en xenofobie. In wezen geeft dit regime de consumenten die legaal in een EU-lidstaat verblijven, recht op een zichtrekening. Die rekening moet de consument toelaten stortingen en opnames te doen, overschrijvingen, doorlopende opdrachten en domiciliëringen uit te voeren, en betalingen te verrichten met een debetkaart of een gelijkaardig instrument. Het recht omvat uiteraard niet de mogelijkheid een betaling te verrichten die een debetsaldo zou doen ontstaan. Personen die tot de collectieve schuldenregeling zijn toegelaten, zijn beschermd: een bank mag de basisbankdienst niet op die grond weigeren of beëindigen.

Beperkingen op het recht

Het recht is niet absoluut. De bank mag de opening van een zichtrekening weigeren wanneer de aanvrager reeds over een zichtrekening bij een andere Belgische bank beschikt, of wanneer hij reeds rekeningen bezit waarvan het gemiddelde jaarlijkse gecumuleerde creditsaldo 6.000 EUR overschrijdt. Evenzo mag de bank de dienst weigeren wanneer de cliënt kredieten voor 6.000 EUR of meer bezit. Een veroordeling wegens oplichting, misbruik van vertrouwen, bedrieglijk bankroet of valsheid in geschrifte kan tot een weigering of latere beëindiging leiden. De bank is daarentegen verplicht elke aanvraag te weigeren die de antiwitwaswet van 18 september 2017 zou schenden.

Ondanks dit recht mag de bank de dienst beëindigen wanneer gedurende meer dan 24 opeenvolgende maanden geen enkele betaling op de rekening wordt verricht, wanneer de consument onjuiste informatie heeft verstrekt om de dienst te verkrijgen (en juiste informatie het recht had uitgesloten), of wanneer de consument het recht verliest om legaal in een EU-lidstaat te verblijven. Bij beëindiging moet de bank een opzegtermijn van twee maanden in acht nemen, behalve wanneer de beëindiging steunt op een van de voormelde misdrijven of op onjuiste informatie, in welk geval geen opzegtermijn vereist is.

Zie ook ons artikel over de basisbankdienst voor ondernemingen.

Dit artikel is een vertaling. Enkel de Franse versie is authentiek. Het wordt louter ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies.

Geef een reactie

Omhoog ↑

Ontdek meer van Banking and Finance law in Belgium

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder