Wederbeleggingsvergoeding (funding loss) bij vervroegde terugbetaling van een krediet

This post is also available in: Français (Frans) English (Engels)

Wanneer een onderneming een investeringskrediet vervroegd wil terugbetalen, vordert de bank doorgaans, voor kredieten gesloten vóór december 2013, een vergoeding die nu eens verbrekingsvergoeding, dan weer wederbeleggingsvergoeding of funding loss wordt genoemd. De vraag is actueel, zowel wegens het aanzienlijke bedrag dat die vergoeding voor de kredietnemer kan vertegenwoordigen in een context van lage rente, als omdat, ondanks de talrijke rechtsleer en rechtspraak, de uitkomst van een gerechtelijke procedure moeilijk met zekerheid te voorspellen blijft.

De uitdaging voor de kredietnemer bestaat er vaak in de rechter te overtuigen de kredietovereenkomst als een lening te herkwalificeren, zodat hij kan genieten van de beperking van de vergoeding tot zes maanden interest overeenkomstig artikel 1907bis van het Burgerlijk Wetboek.

De herkwalificatie van een overeenkomst volgens het Hof van Cassatie

Zo’n herkwalificatie is verre van evident. In een arrest van 2011 oordeelde het Hof van Cassatie dat, wanneer de aan zijn beoordeling voorgelegde elementen de door de partijen gegeven kwalificatie niet toelaten uit te sluiten, de bodemrechter daarvoor geen andere kwalificatie in de plaats mag stellen, noch in extrinsieke omstandigheden elementen mag zoeken die deze zouden verantwoorden. Het valt bovendien te betreuren dat de beslissingen die een krediet als lening herkwalificeren, de onderliggende economische vraag en de door de bank geleden schade bij gebrek aan een compenserende vergoeding buiten beschouwing laten.

Bevestiging van het beginsel in de rechtspraak

Een recente beslissing in eerste aanleg trekt de aandacht: volgens de rechtbank betekent het bestaan van een vergoeding bij gehele of gedeeltelijke niet-opname dat het wezenlijke kenmerk van de lening, de overhandiging van de fondsen, ontbreekt. De kredietovereenkomst had niet onder dezelfde voorwaarden kunnen worden gesloten indien de wederbeleggingsvergoeding tot zes maanden interest was beperkt. Door te vragen dat de overeenkomst wordt gezuiverd van een beding dat hij heeft aanvaard en dat hem nu ongunstig is, verstoort de kredietnemer het evenwicht van het contract en berokkent hij de bank zekere schade, wat neerkomt op een gedrag zonder goede trouw. De rechtbank wilde niet meewerken aan de ontmanteling van een wettig gesloten overeenkomst.

Recent wezen, met vier dagen tussen, de Nederlandstalige en de Franstalige afdeling van het hof van beroep te Brussel twee volledig tegenstrijdige beslissingen over sterk gelijkende gevallen: de ene herkwalificeerde een krediet als lening, zelfs indien in meerdere schijven opgenomen, nu de kredietnemer niet over de werkelijke vrijheid beschikte slechts een deel ervan op te nemen; de andere weigerde de herkwalificatie van een krediet dat in meerdere schijven kon worden opgenomen gedurende vijf maanden voor de aankoop van een onroerend goed en werken, waarbij de niet-opname eveneens door een vergoeding werd bestraft. Een arrest van het Hof van Cassatie in voltallige kamer zou welkom zijn en de vraag, misschien definitief, kunnen beslechten.

Dit artikel is een vertaling. Enkel de Franse versie is authentiek. Het wordt louter ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies.

Geef een reactie

Omhoog ↑

Ontdek meer van Banking and Finance law in Belgium

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder