Funding loss en vervroegde terugbetaling: het Hof van Cassatie zet door

This post is also available in: Français (Frans) English (Engels)

Een nieuw funding-lossarrest van het Hof van Cassatie (Nederlandstalige afdeling) van 18 juni 2020. In een eerder artikel bespraken wij het cassatiearrest van 27 april over de kenmerken die leningen op interest van kredietovereenkomsten onderscheiden, en de mogelijke herkwalificatie van een krediet als lening. In dit nieuwe arrest sprak het Hof zich uit over een voorziening tegen een arrest van het hof van beroep te Gent van 14 januari 2019. De zaak betrof een investeringskrediet van 15 jaar, in 2008 verleend ter financiering van de aankoop van een industriegrond en de gedeeltelijke financiering van de bouw van een industrieel gebouw.

Het vonnis in eerste aanleg te Dendermonde: herkwalificatie en beperking tot zes maanden interest

De opnames op het krediet moesten gebeuren tegen voorlegging van bewijsstukken (facturen of bewijzen van de uitgevoerde middelen) gedurende een opnameperiode van 8 maanden, na afloop waarvan het krediet volledig moest zijn opgenomen. Een maandelijkse terugbetaling begon na afloop van die periode. Een reserveringscommissie van 1,2% per jaar was overeengekomen op het nog niet opgenomen bedrag, terwijl de contractuele interest, logischerwijs voor een krediet, enkel op de opgenomen bedragen werd berekend. De gekrediteerde onderneming verrichtte zeven opnames, waarvan vier net na het verstrijken van de opnameperiode. Na haar faillietverklaring vorderde de bank de terugbetaling van het saldo en een funding-lossvergoeding van ongeveer 20% van het saldo, met een nalatigheidsinterest van 15,40% per jaar. De rechtbank te Dendermonde volgde de curator: zij herkwalificeerde het investeringskrediet als lening, herleidde de wederbeleggingsvergoeding tot zes maanden interest en de rentevoet tot 12%.

Het arrest van het hof van beroep te Gent: hervorming en geen herkwalificatie

Het hof van beroep te Gent hervormde het bestreden vonnis, verklaarde de vordering van de curator ongegrond en oordeelde dat de funding-lossvergoeding tot het bevoorrechte passief van het faillissement behoorde. Het benadrukte dat, gelet op het consensuele karakter van de kredietovereenkomst, zowel de bank als de kredietnemer de modaliteiten en voorwaarden van een kredietopening bepalen, terwijl de lening een eenzijdige overeenkomst is die ontstaat door de traditio (de afgifte) van het geleende kapitaal. Het weerhield de volgende criteria tegen de herkwalificatie: de duidelijke benaming van het instrument (investeringskrediet); een reserveringscommissie op de niet-opgenomen bedragen; een opnameperiode en de effectieve opname na het verstrijken ervan; de berekening van de interest enkel op de opgenomen bedragen vanaf de opname; en de niet-gelijktijdigheid tussen de afgifte van de fondsen en het bestaan van de overeenkomst. Het besloot dat de kredietnemer wel degelijk over een opnamevrijheid beschikte, nu de vereiste om facturen voor te leggen die vrijheid niet beperkte. Het verwierp ook het modieuze argument dat het krediet in werkelijkheid een verkapte belofte van lening zou zijn, en herinnerde eraan dat de funding loss niet als een strafbeding in de zin van artikel 1231 van het Burgerlijk Wetboek kan worden uitgelegd.

Bevestiging door het Hof van Cassatie, 18 juni 2020

Het Hof van Cassatie herinnerde eraan dat een lening een zakelijke overeenkomst is die tot stand komt door de afgifte van een geldsom door de uitlener aan de kredietnemer, tegen de verplichting voor deze laatste het bedrag en de interest terug te betalen; de funding-lossvergoeding bij vervroegde terugbetaling van een lening is beperkt tot zes maanden interest krachtens artikel 1907bis. De kredietopening is daarentegen een consensuele en wederkerige overeenkomst waarbij de bank fondsen tijdelijk en tot een bepaald bedrag ter beschikking stelt; de kredietnemer kan het krediet in een of meer opnames gebruiken en is niet verplicht de bedragen op te nemen, ook niet gedeeltelijk. Voor het Hof doet een opname in het kader van een kredietopening geen lening op interest ontstaan in de zin van de artikelen 1892 en 1905 van het Burgerlijk Wetboek; a fortiori is de toepassing van artikel 1907bis dus niet verantwoord.

Dit artikel is een vertaling. Enkel de Franse versie is authentiek. Het wordt louter ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies.

Geef een reactie

Omhoog ↑

Ontdek meer van Banking and Finance law in Belgium

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder