Funding loss en vervroegde terugbetaling: een nieuw arrest van het Hof van Cassatie

This post is also available in: Français (Frans) English (Engels)

De vergoedingen die kredietinstellingen vorderen bij de vervroegde beëindiging van een investeringskrediet van vóór 2014 en bij vervroegde terugbetaling, blijven voer voor discussie.

De strategie van de kredietnemers om een hoge funding-lossvergoeding te vermijden

De grote inzet van het contentieux bestaat er voor de kredietnemers in de rechter te overtuigen een investeringskredietovereenkomst als een lening op interest te herkwalificeren. Slagen zij daarin, dan kunnen zij vervroegd terugbetalen ondanks de overeengekomen termijn en, vooral, genieten van de beperking van de vergoeding tot zes maanden interest krachtens artikel 1907bis van het Burgerlijk Wetboek, dat enkel op de lening van toepassing is. De taak blijft moeilijk: tenzij in een flagrant geval waarin een lening onhandig als krediet werd gekwalificeerd, of bij een voor de bank ongunstige rechtsleerpositie van een rechtbank, moet de kredietnemer meerdere horden nemen en aantonen dat, ondanks de benaming van het krediet (een consensuele, onbenoemde overeenkomst met als voorwerp de terbeschikkinghouding van fondsen aan de kredietnemer), de partijen in werkelijkheid een lening hebben gesloten (een zakelijke, benoemde overeenkomst tot afgifte van fondsen aan de kredietnemer).

Een onbenoemde overeenkomst als benoemde herkwalificeren: de cassatieleer (2009)

Volgens de rechtspraak van het Hof van Cassatie van 2009 wordt een herkwalificatie slechts aanvaard in aanwezigheid van elementen die radicaal onverenigbaar zijn met de door de partijen weerhouden kwalificatie, en voor zover alle wezenlijke kenmerken van de benoemde overeenkomst aanwezig zijn. De kredietnemer moet dus, in twee stappen, elementen aantonen die radicaal onverenigbaar zijn met de figuur van de kredietovereenkomst, en aantonen dat alle kenmerken van de lening op interest vervuld zijn.

De vaak besproken bedingen

Kredietovereenkomsten bevatten tal van bedingen waarvan de kwalificatie wordt besproken: een reserveringscommissie; een opnameperiode; een vergoeding voor niet-opname na afloop van die periode; de onderwerping van de opnames aan bewijsstukken zoals werffacturen; een verbod op herbenutting; een verbod op vervroegde terugbetaling; een verbrekingsvergoeding (funding loss) bij vervroegde terugbetaling; vaste terugbetalingen volgens een aflossingstabel; een verplichting het krediet in één keer op te nemen; enzovoort.

De cassatiebeslissing: opnamevrijheid en bedingen verenigbaar met een krediet

Op 27 april 2020 verwierp het Hof van Cassatie een voorziening tegen een arrest van 2019 van de Nederlandstalige afdeling van het hof van beroep te Brussel, dat had bevestigd dat het krediet niet als lening kon worden geherkwalificeerd, en dat het vonnis in eerste aanleg bevestigde. De vervroegde terugbetaling was dus onderworpen aan een vergoeding die de bank voor haar reële schade vergoedde, berekend als funding loss.

Het Hof herinnerde eerst aan het verschil tussen lening en krediet. Over het eerste middel (de beoordeling door de appelrechter van de opnamevrijheid van de kredietnemer) verklaarde het Hof het middel niet-ontvankelijk, nu het om een feitelijke beoordeling gaat. Over het tweede middel (de bevestigde kwalificatie) bekrachtigde het Hof de redenering van de appelrechter: noch het beding dat een vergoeding voor niet-opname oplegt, noch het beding dat elke opname aan het voorafgaand akkoord van de bank onderwerpt, sluiten de kwalificatie als krediet uit. Evenmin sluit een vaste aflossingstabel vanaf de eerste maand die kwalificatie uit, nu bij niet-opname van alle fondsen in de praktijk een nieuwe tabel wordt opgesteld op basis van het effectief opgenomen bedrag.

Het Hof heeft niet alle discussie beëindigd, maar bevestigt onrechtstreeks de juridische verschillen en de verschillende economische realiteiten van lening en krediet. Het criterium van de opnamevrijheid, vaak door kredietnemers ingeroepen, is nu preciezer: een vergoeding voor niet-herbenutting, de voorafgaande machtiging van opnames (opdat de bank kan nagaan dat de fondsen voor geoorloofde doeleinden of voor het onroerend goed waarop zij een zekerheid heeft worden aangewend), en vaste terugbetalingen na de opnameperiode sluiten de kwalificatie als krediet niet uit. In sommige gevallen zijn de horden om een krediet van bepaalde duur eenzijdig op te zeggen zonder billijke vergoeding aan de bank net iets hoger geworden.

Dit artikel is een vertaling. Enkel de Franse versie is authentiek. Het wordt louter ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies.

Geef een reactie

Omhoog ↑

Ontdek meer van Banking and Finance law in Belgium

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder