This post is also available in:
De beslagrechter te Brussel, zeldzaam genoeg om te vermelden, boog zich over de opzegging door een bank van een investeringskrediet dat in 2010 aan een onderneming was toegekend en maandelijks over 20 jaar terugbetaalbaar was. De onderneming stond op het ogenblik van de opzegging nog maar één maandaflossing in achterstand.
De onderneming had verzet aangetekend tegen het bevel voorafgaand aan het uitvoerend onroerend beslag en achtte de opzegging abusief. Zij vroeg bijgevolg te worden ontlast van de vergoedingen, interesten en kosten verbonden aan de opzegging, en dat betalingstermijnen zouden worden hersteld. Om tot rechtsmisbruik in hoofde van de bank te besluiten, erkende zij haar maandaflossingen met terugkerende achterstand te hebben betaald, wellicht omdat de onderliggende huur van het gebouw zelf regelmatig te laat werd betaald, maar zij beriep zich op de tolerantie van de bank gedurende negen jaar. Zij achtte de opzegging ook abusief nu op de dag van de opzegging enkel de maandaflossing van de lopende maand nog te betalen was.
Maar de bank had haar verwittigd
De bank, die zich op de vrijheid van de bankier om een krediet op te zeggen als algemeen beginsel beriep, meende haar recht niet te hebben misbruikt: de maandaflossingen moeten worden betaald op het in de kredietovereenkomst bepaalde tijdstip, en elke achterstand vormt een contractuele fout die tot opzegging kan leiden. Bovendien toonde de bank aan dat zij geregeld herinneringen en ingebrekestellingen aan de schuldenaar had gestuurd, met de waarschuwing dat zij zich, bij gebrek aan betaling van de achterstallen, interesten en kosten, het recht voorbehield het krediet op te zeggen.
De eventuele tolerantie van de bank verplicht haar niet die weg te blijven volgen, en belet haar niet een krediet op te zeggen
De rechtbank herhaalde de beginselen inzake rechtsmisbruik, dat betrekking heeft op de goede trouw bij de uitvoering van overeenkomsten. Toegepast op het bankrecht impliceren die beginselen met name dat de bank niet gehouden is de belangen van haar cliënt boven haar eigen belangen te laten primeren. Het loutere feit dat de opzegging de gekrediteerde schade kan berokkenen, laat niet toe tot misbruik te besluiten, nu elke opzegging noodzakelijk ongemakken voor de gekrediteerde meebrengt. Het is ook van belang dat de veroorzaakte schade niet buiten verhouding staat tot de door de gekrediteerde begane tekortkomingen. De rechtbank herhaalde eveneens de rechtspraak van het hof van beroep, volgens welke de bankier niet kan worden verweten de opzegging te verkiezen boven de normale uitvoering van de kredietovereenkomst wanneer de gekrediteerde zijn contractuele verplichtingen nooit normaal heeft uitgevoerd; enkel wanneer de bankier het krediet op brutale wijze opzegt, kan hij zijn aansprakelijkheid in het gedrang brengen.
De rechtbank besloot tot de afwezigheid van rechtsmisbruik, gelet op de belangen van de bank en de talrijke herinneringen die aan de schuldenares waren gestuurd, ondanks het uitblijven van een snellere opzegging. Zij wees de tegenvordering van de bank toe om een notaris aan te stellen met het oog op de openbare verkoop van het gehypothekeerde gebouw, nu het uitvoerend onroerend beslag intussen was betekend.
Dit artikel is een vertaling. Enkel de Franse versie is authentiek. Het wordt louter ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies.
Geef een reactie