Strafrechtelijk onderzoek en opzegging van krediet

This post is also available in: English (Engels)

Strafrechtelijk onderzoek en opzegging van krediet

Hoe ver kan een bank gaan?

Hof van beroep Brussel (Nederlandstalige kamer), 27 januari 2026

Kan een bank een kredietrelatie beëindigen terwijl er nog geen strafrechtelijke veroordeling is uitgesproken tegen haar cliënt?

Het Hof van beroep te Brussel (Nederlandstalige kamer) heeft recent duidelijkheid gebracht over deze vraag in een arrest van 27 januari 2026.

Deze beslissing past in een context die financiële instellingen regelmatig tegenkomen: de combinatie van een strafrechtelijk risico, operationele incidenten en een geleidelijke verslechtering van de vertrouwensrelatie.


De feiten

In de zaak die aan het Hof werd voorgelegd:

  • liep er een strafrechtelijk onderzoek tegen de cliëntvennootschap en/of haar bestuurders;

  • werden bepaalde rekeningen geblokkeerd;

  • kende de vennootschap terugbetalingsmoeilijkheden;

  • werden de door de cliënt verstrekte verklaringen door de bank niet als overtuigend beschouwd.

In die omstandigheden besliste de bank om de kredieten op te zeggen.

De bestuurder van de vennootschap, die zich eveneens als borg had verbonden, betwistte deze beslissing en voerde onder meer aan dat de opzegging brutaal en rechtsmisbruik vormde.


De juridische vraag

De kernvraag luidde als volgt:

Kan een bank een krediet opzeggen op basis van een strafrechtelijk risico, vóór enige veroordeling, zonder rechtsmisbruik te plegen?

Het antwoord van het Hof is genuanceerd maar duidelijk:
ja, onder bepaalde voorwaarden.


Het doorslaggevende belang van het contractueel kader

Een centraal element in de redenering betreft het bestaan van contractuele clausules die een opzegging toelaten in geval van strafrechtelijke vervolgingen of gebeurtenissen die de solvabiliteit of de reputatie van de cliënt kunnen aantasten.

De beslissing herinnert aan een constant principe in de bancaire praktijk:

de rechtszekerheid van een opzegging steunt in de eerste plaats op de kwaliteit van de contractuele documentatie.

Wanneer kredietovereenkomsten of algemene voorwaarden dergelijke situaties uitdrukkelijk voorzien, wordt de beoordelingsmarge van de bank aanzienlijk versterkt.


De maatstaf van de “voorzichtige en redelijke kredietgever”

Zoals vaak bij de beëindiging van kredietrelaties stopt de analyse niet bij het contract.

Het Hof onderzoekt ook of de bank heeft gehandeld als een voorzichtige en redelijke kredietgever.

In casu werden meerdere samenlopende elementen in aanmerking genomen:

  • het bestaan van een strafrechtelijk onderzoek;

  • de blokkering van rekeningen;

  • terugbetalingsincidenten;

  • het uitblijven van bevredigende toelichting;

  • een verslechtering van het vertrouwensklimaat.

De beslissing steunde dus op een samenstel van objectieve aanwijzingen, waardoor elk rechtsmisbruik werd uitgesloten.


Krediet als vertrouwensrelatie

De beslissing herinnert aan een fundamentele realiteit in de bancaire praktijk:
krediet is niet louter een financiële relatie, maar in de eerste plaats een vertrouwensrelatie.

Wanneer dat vertrouwen objectief wordt aangetast — om strafrechtelijke, financiële of operationele redenen — kan de bank haar blootstelling rechtmatig herbeoordelen.

Het feit dat de opzegging de situatie van de schuldenaar of de borg kan verergeren, is op zich niet doorslaggevend.


Strafrechtelijk en reputatierisico als onderdeel van het kredietrisico

Het arrest bevestigt bovendien een evolutie die reeds in de praktijk zichtbaar was:
strafrechtelijke en reputatierisico’s maken integraal deel uit van de kredietrisicoanalyse.

Voor financiële instellingen impliceert dit onder meer:

  • verhoogde waakzaamheid bij lopende onderzoeken;

  • nauwkeurige documentatie van waarschuwingssignalen;

  • traceerbaarheid van de communicatie met de cliënt;

  • een behoorlijke motivering van genomen beslissingen.


Een kwestie van timing eerder dan van principe

In de praktijk worden deze dossiers zelden beslist op het moment van de opzegging zelf.

De sterkte van de positie van de bank hangt vaak af van:

  • het vroegtijdig detecteren van zwakke signalen;

  • de kwaliteit van de relatie-opvolging;

  • de voorbereiding van het dossier.

Wachten op een definitieve strafrechtelijke veroordeling kan er in bepaalde gevallen toe leiden dat men te laat optreedt, wanneer de economische waarde reeds is aangetast.


Praktische lessen voor de bancaire praktijk

Uit deze beslissing kunnen verschillende aandachtspunten worden afgeleid:

  1. Het contract blijft het belangrijkste risicobeheersinstrument
    Clausules inzake strafrechtelijke vervolgingen of vertrouwensbreuk moeten duidelijk en operationeel zijn.

  2. De opzegging moet steunen op objectieve elementen
    Een samenstel van aanwijzingen is steeds sterker dan één geïsoleerd motief.

  3. Documentatie is doorslaggevend bij betwisting
    Brieven, herinneringen, interne analyses en communicatie spelen een centrale rol voor de rechter.

  4. Het strafrechtelijk risico maakt integraal deel uit van het kredietrisico
    Zowel vanuit prudentieel als reputatie-oogpunt.


Besluit

Het arrest van het Hof van beroep te Brussel bevestigt dat een bank, in bepaalde omstandigheden, een krediet kan opzeggen vóór enige strafrechtelijke veroordeling, zonder rechtsmisbruik te plegen.

Deze mogelijkheid is evenwel slechts veilig wanneer:

  • het contractueel kader adequaat is;

  • de bank handelt volgens de maatstaf van de voorzichtige en redelijke kredietgever.

Los van de concrete zaak illustreert deze beslissing een goed gekende operationele realiteit:
kredietrisicobeheer vergt soms dat men vroegtijdig optreedt, in een context van onvolledige informatie, om een onomkeerbare verslechtering van de positie van de bank te vermijden.

Geef een reactie

Omhoog ↑

Ontdek meer van Banking and Finance law in Belgium

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder