This post is also available in:
Opiniestuk van een van de auteurs van deze site, verschenen in de krant L’Echo van 1 juni 2022. Een meer gedetailleerde analyse is beschikbaar op deze site.
Op 1 mei 2022 publiceerde L’Echo een analyse van de problematiek van de-risking, de term waarmee wordt aangeduid dat de bankier zijn blootstelling aan witwasrisico’s vermindert, met als gevolg de eenzijdige verbreking, door een bank, van haar contractuele relatie met een cliënt. Die analyse gaf de respectieve standpunten weer van de bankcliënten die door de beslissing van hun bankier worden benadeeld, en van de banken die aan steeds zwaardere verplichtingen inzake witwaspreventie zijn onderworpen.
Beginsel: het afsluiten van bankrekeningen is een recht
In deze materie valt de beslissing van de bank in beginsel moeilijk te bekritiseren. De wet laat het gevolg van de-risking uitdrukkelijk toe: de verbreking van de commerciële relatie met een cliënt en de daaruit voortvloeiende afsluiting van de bankrekeningen. Uitzonderingen kunnen bestaan; wij komen daar binnenkort in een ander artikel op terug.
Dat neemt niet weg dat alle ondernemingen die met een verbreking van de bankrelatie worden geconfronteerd, nadien grote moeilijkheden ondervinden om een rekening te openen bij een derde bank. Die laatste is logischerwijs wantrouwig, en dat is begrijpelijk. Naast de toepassing van een intern beleid inzake witwasrisicopreventie dat, conform de wet, strenger is geworden, zal de nieuwe bankier zich onvermijdelijk vragen stellen bij de redenen die een kandidaat-cliënt ertoe hebben aangezet al zijn tegoeden van de ene bank naar de andere over te brengen: indien de vorige bankier oordeelde dat de cliënt een risico vormde, waarom zou dat risico bij de bankwissel verdwenen zijn?
Gevolgen van de onmogelijkheid om over een bankrekening te beschikken
Deze moeilijkheden, of deze onmogelijkheid, kunnen een onderneming snel in de problemen brengen. Zonder bankrekening wordt het onmogelijk lonen te betalen, belastingen te voldoen, sociale bijdragen, leveranciers of huur te betalen. Zonder bankrekening kan een economische activiteit niet worden voortgezet, tenzij de zaakvoerder zijn persoonlijke bankrekening gebruikt via de techniek van de rekening-courant, met alle risico’s van dien. Moet de onderneming, soms een bloeiende, dan het land verlaten? Moet zij worden gedwongen zich te wenden tot platformen die meer ondoorzichtige financiële verrichtingen toelaten, in contanten of in cryptomunten, wat de Staat nu net wil vermijden door de witwaspreventie te versterken?
De Belgische Staat draagt een zware verantwoordelijkheid ten aanzien van deze uit het banksysteem uitgesloten ondernemingen.
Hoe zijn we tot deze situatie gekomen?
De overheid heeft ervoor gekozen bepaalde prerogatieven op private economische actoren (de banken) te doen wegen, die hen verplichten tot controle van de financiële bewegingen op de rekeningen van hun cliënten. De Staat dwingt de bankier dus de rol te spelen van onderzoeker, controleur en zelfs… verklikker. Als enige tegenprestatie wordt elke tekortkoming aan die verplichtingen zwaar economisch en publiek gesanctioneerd. De reputatie van een bank staat duidelijk op het spel. Het is voor een bank echter materieel, technisch en economisch onmogelijk om elke verrichting van elke cliënt te controleren. Om hun blootstelling aan sancties te verminderen, verkiezen de banken dan ook de relatie met bepaalde cliënten te verbreken en hun rekeningen af te sluiten.
Men begrijpt snel dat het de Belgische Staat is die enerzijds de deur naar de-risking heeft opengeduwd, terwijl hij anderzijds elke onderneming verplicht over een bankrekening te beschikken om haar activiteiten uit te oefenen. Maar de Staat beschikt niet over een publieke bank die een openbare bankdienst verzekert; de ondernemingen zijn dus afhankelijk van private actoren. Dat is de hele paradox van deze problematiek.
De Belgische Staat probeert zich te herpakken, maar… eerder onhandig
Zich achteraf bewust van de ouroboros die hij had gecreëerd, en onder impuls van de Antwerpse N-VA, heeft de Staat de wet van 8 november 2020 betreffende de basisbankdienst voor ondernemingen uitgedacht. Die zou elke onderneming toelaten een bank te dwingen een rekening te openen nadat haar dat meermaals werd geweigerd. Achttien maanden na de goedkeuring blijft deze wet onwerkbaar: het koninklijk besluit dat haar toepassingsmodaliteiten moest preciseren, is nog steeds niet gepubliceerd. Het ontwerp bestaat nochtans, maar het werd door de Raad van State afgekeurd.
De verantwoordelijkheid van de Belgische Staat in deze materie leverde hem eind 2021 een scherpe veroordeling op. In een dossier tussen een bank en een onderneming die panden verhuurde aan sekswerkers, oordeelde de Nederlandstalige ondernemingsrechtbank te Brussel dat de bank in haar recht was, maar dat de Belgische Staat nalatig was geweest in zijn vermogen om ondernemingen te helpen een bankrekening te openen en te behouden, en de handelsvrijheid te waarborgen. Een beslissing die onvermijdelijk navolging zal krijgen, gelet op de toename van gelijkaardige gevallen in onze praktijk van het bancair contentieux. Het is tijd dat de Staat handelt.
Dit artikel is een vertaling. Enkel de Franse versie is authentiek. Het wordt louter ter informatie verstrekt en vormt geen juridisch advies.
Geef een reactie